Gisteren werd het Haagse uitseizoen geopend met het Haags Uitfestival, dus start ik weer met m’n culturele logs. Eerst moet me even van het hart dat het Uitfestival (gelukkig) het best bewaarde geheim van Nederland is, maar helaas dit jaar zó goed geheim gehouden dat ik er zelf ook pas gisteren achterkwam dat het was
Vanwege andere bezigheden heb ik dus maar een heel klein stukje gezien, maar de kwaliteit was er niet minder om. Toen we aankwamen bij het Spuiplein stond daar de Nederlandstalige groep Zijlstra op het punt om te beginnen. De muziek zou volgens bandleider/zanger/trompettist Jeroen Zijlstra een combinatie zijn van pop, jazz, en … en …. Dat klonk me in eerste instantie in de oren als een combinatie van iemand die niet kan kiezen en van alle walletjes mee wil eten, en daarmee een garantie voor kleurloosheid. Dat viel echter enorm mee. Het eerste nummer, Breek, was melodieus en mooi, maar geen echte aandachttrekker voor op een festival. De volgende nummers brachten echter veel vaart en ritme, en ook nog humoristische teksten. Mij lijkt Zijlstra, dat verder nog bestaat uit Rutger Molenkamp (saxen, muziek, zang), Ed Boekee (toetsen, zang), Edwin Wieringa (bas), en Nout IngenHousz (drums, zang), een waardevolle, nieuwe loot aan de Nederpopstam te kunnen worden. Zie voor meer info hun eigen website: http://www.zijlstraweb.com. Hierna konden we in de Anton Philipszaal aanschuiven bij pianist Rian de Waal en mezzosopraan Marion van den Akker. Zij brachten enkele liederen van Tsjaikovsky en van Rachmaninov ten gehore. Vooral de het tweede en derde lied van Rachmaninov vond ik, hoewel erg kort, schitterend. Heel melodisch en bijna breekbare muziek. Helaas, helaas, heb ik niet onthouden welke liederen het waren. Ik houd me aanbevolen als iemand dat weet …. Hierna speelde Rian de Waal solo het andante caluroso en het precipitato uit de Sonate no 7 in Bes, opus 83, van Prokofjev. Een indrukwekkend stuk, dat extra diepte kreeg door de voorafgaande uitleg van De Waal dat dit stuk door Prokovjev tijdens WO-II schreef, toen hij in Sovjet Unie leefde en daar niet weg kon, en er uitdrukking mee gaf aan de heftige emoties die die gevaarlijke tijd bij de Russen opriep. Tot slot, terug op het Spuiplein, nog een paar nummertjes meegepikt van de Wereldband, die muziekstijlen van over de hele wereld speelde: Iers, Mexicaans, Klezmer, Balkan. Klonk heel gezellig 