Categorie Archieven: Muziek

Concert Venus en D’Acht

Gisteravond in de Badkapel in Scheveningen naar een uitvoering van het programma …als de dieren spreken van vocaal ensemble Venus en accordeonensemble D’Acht geweest. Het was prachtig. Het mooie programma bestond uit Six chansons (la biche, un cygne, puisque tout passe, printemps, en hiver en verger) van Paul Hindemith dat a cappella werd gezongen door het koor; Fugata van Astor Piazzolla, uitgevoerd door D’Acht, en Le cortège d’Orphée (la tortue, la souris, le dromadaire, le serpent, le poulpe, ibis, la puce, l’hibou en nogmaals la tortue), uitgevoerd door beiden. Na de pauze La nuit van Marc-Antoine Charpentier weer door D’Acht, het gloria, sanctus, benedictus en agnus dei uit de Messe de Minuit van dezelfde componist door beiden, en tenslotte nog a cappella Quatre motets pour le temps de Noël (O magnum mysterium, Quem vidistis pastores dicite, Videntes stellam, Hodie Christus natus est) van Francis Poulenc. Het programma was een bijzondere combinatie van oud en nieuw klassiek, een bijzondere combinatie van zang en accordeon, en het werd schitterend gespeeld. Een geweldige avond.

Schönberg Kwartet

Aansluitend aan het Haagse tramfeestje gingen we ‘s avonds (gratis met de tram!) naar een concert van het Schönberg Kwartet in de Nieuwe Kerk. Janneke van der Meer en Wim de Jong, beiden viool, Henk Guittart, altviool en Viola de Hoog speelden het Strijkkwartet nr. 2 opus 56 uit 1927 van Karol Szymanowski, het (vooralsnog enige) Strijkkwartet van Otto Ketting uit 2004. Dit was een première, en Ketting was zelf aanwezig om het enthousiaste applaus in ontvangst te nemen. Na de pauze volgden de Tuin van Eros van Louis Andriessen uit 2002 en tot slot het Strijkkwartet opus 10, in g kleine terts van Claude Debussy uit 1893. De stukken werden mooi vertolkt. Het eerste stuk sprak me niet zo aan, maar de rest was prachtig.

Lunchconcert Raad van State

Vandaag weer een mooi pauzeconcert bijgewoond in de Gotische zaal. Gert Oost speelde als vanouds prima, deze keer niet alleen op orgel, maar ook op piano. Daarbij zong Judith van den Dool, een mezzo-sopraan, een aantal liederen. Uitgevoerd werden: Sonata in fa minore van Scarlatti, op piano; Sposa son disprezzata (een aria uit de opare Bajazet) van Vivaldi, zang en piano; Toccata in c moll van W.A. Bach, op het orgel; Arioso Gedenke doch, mein Geist, zurücke van Bach (J.S., dus), zang en orgel; Trio in Es dur van W.A. Bach, op het orgel; Eia Mater fons amoris uit het Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi, zang en orgel; Fuga in c moll van W.A. Bach, op het orgel; Fear no more the heat o’ the sun uit Shakespeare’s Cumbeline, van Roger Quilter, zang en piano; A slumber song of the Madonna van Samuel Barber, zang en piano; en Nachtlied van Mendelssohn, zang en piano. De zangeres bleek een hele mooie stem te hebben, die wat mij betreft het best tot z’n recht kwam in het lied van Vivaldi en in het Nachtlied. Met beide liederen vulde de zangstem de hele zaal, en het laatste couplet van het Nachtlied was mooi krachtig. De liederen die bij het orgel werden gezongen kwamen helaas wat minder goed tot hun recht, omdat de zangeres daarbij naast het orgel, dus hoog boven de zaal stond. Of de stem was iets te zwak, of de akoestiek vervormde haar enigszins, helaas. Daarbij kwam dat het lied van J.S. Bach nogal laag moest worden gezonden. Het klonk intrigerend, maar het maakte de indruk alsof de zangeres het maar nétaan haalde. Maar goed, als geheel was het toch een heel mooi concert, met een sterk einde. Volgende keer weer!

Nog een concert in Parijs

En dan nog op de laatste dag naar het Musée National du Moyen Age aan het Place Paul Painlevé, een schitterend museum met Middeleeuwse, (dus) voornamelijk religieuze, kunst, en een even Middeleeuws concert. Marc Paveau, blaasinstrumenten, Hélène Decarpignies, sopraan, Pierre Bourhis, bariton, Hervé Mailliet, contra-tenor en percussie, Agnès Massuet, harp en Jean-Lou Descamps, snaarinstrumenten, brachten 11 Carmina Burana ten gehore (en wel de nrs. 119, 211, 90, 31, 12, 19, 146, 179, 37, 185 en 200). Níet (uiteraard, gezien de bezetting) in de bewerking van Orff, maar (als ik het Franse a-4tje goed heb begrepen) in de versie zoals die is gevonden in 1803 in de abdij van Benediktbeuren in Beieren, en die waarschijnlijk stamt uit de jaren 1220-1250. Zeer Middeleeuws dus, en mooi om te horen, hoewel niet door alle muzikanten even virtuoos gebracht. Heel positieve uitspringers waren de fluitist en de sopraan. De eerste had een aardig assortiment fluiten bij zich (diverse blokfluiten, een hobo, en een drietal hoorntjes in verschillende toonsoorten), en speelde daar vaardig en mooi op. De stem van de sopraan was kristalhelder, en ze zong met kennelijk gemak en veel gevoel voor de inhoud van de liederen. Al met al zeker de moeite waard om gezien te hebben.

Jazz in Parijs

Als echte Hollanders gingen we ook voor de jazz op zoek naar een ‘gratis’ voorstelling. Dat lukte, maar de prijs van het bier compenseerde de ontbrekende toegangsprijs dubbel en dwars We gingen naar Le Baiser Salé in de Rue des Lombards en zagen en hoorden daar in een piepklein en bomvol bovenzaaltje een jamsessie van Eric Serra, basgitaar, Thierry Eliez, toetsen, Stéphane Vera, drums en François Constantin, percussie en zang. Er werd goed gespeeld, maar de muziek was me iets teveel pop/disco in plaats van jazz, al werden de uit de pop bekende nummers met ‘verlucht’ met stevige jazz-passages. We hebben twee mee-jammers uit het publiek gehoord, beide op saxofoon, de eerste matig, de tweede érg goed. Zijn naam bleef helaas onbekend, natuurlijk

Concert in Parijs

Tijdens een reisje naar Parijs een gratis concert bezocht in The American Church in Paris aan de Quai d’Orsay. Katherine Nikitine speelde op het kerkorgel de Prelude en Fugue in D Major for organ van Bach en op piano de Etudes opus 25 no. 11 en 12 van Chopin. Samen met Jae-Won Lee op viool speelde ze de Sonate no. 2 voor viool en piano in A majeur, opus 100 van Brahms en de Caprice d’après l’Etude en forme de Valse, opus 52 van Saint-Saëns/Ysaye. En de meisjes (ze leken hoogstens begin twintig) konden spelen! De stukken van Bach en Brahms vond ik mooi, maar niet bijzonder indrukwekkend. Dat werd echter anders na het begin van het derde stuk: na enkele rustige aanslagen aan het begin van de eerste etude vlogen de stukken er vanaf. Heel heftige, snelle, mooie, en supergoed gespeelde muziek, zowel van Katherine, als van Jae-Won, als van hen samen. Er kwamen zelfs – gelukkig – twee solo-toegiften. Waarschijnlijk waren dat nog een etude en een caprice, maar de aankondiging in zacht Frans was helaas niet goed te verstaan. Voor zoveel leed geen tranen, natuurlijk, maar aan de virtuositeit van de meisjes en de pracht van het concert deed ‘t niets af.

Synergy

Alweer anderhalve week geleden ben ik naar Synergy geweest, een avondvullende productie van het Residentie Orkest en het Nederlands Danstheater samen. Het programma bestond uit twee delen, waarvan het eerste werd opgevoerd in het Danstheater, en het tweede in de Anton Philipszaal. Het stuk in het Danstheater was Petroesjka, scènes burlesques en quatre tableaux van Igor Stravinsky uit 1910/1911, in een choreografie van Meryl Tankard. De muziek sprak me enorm aan (het had iets weg van Le Sacre du Printemps, waar ik ook erg van houd), en de dans was werkelijk schitterend geënsceneerd, alsof je in een sprookje terecht kwam. Het stuk gaat over een aantal theaterpoppen die tot leven komen (en dan natuurlijk een dramatische liefdesgeschiedenis meemaken). Door deze poppen wordt werkelijk geweldig goed gedanst, vooral de pop Barbie beweegt zo overtuigend alsof ze scharnieren heeft, en tegelijkertijd ook heel elegant. De decors waren net zo sprookjesachtig als het verhaal, en het licht bracht daar nog bijzondere extra accenten in aan. Geweldig. Voor het tweede stuk, Yo yai pakebi, man mai yapobi van Gerard Brophy uit 1999, in een choreografie van Regina van Berkel waren vrijwel alle stoelen uit de Anton Philipszaal gehaald, en in het midden daarvan een ‘dansvloer’ met verschillende niveau’s neergezet, dat aansloot op het podium waarop het Residentie Orkest speelde. Aan een kant van het danspodium was plaats voor de slagwerkgroep Anumadutchi die bij dit stuk samen met het orkest de muziek verzorgde. Toen het stuk begon bleek de dans zich in de hele zaal af te spelen: vanaf de balkons werd via het toneel en via een baan die speciaal daarvoor was aangebracht langs de achterkant en een zijkant van de zaal, langzaam maar zeker naar het middentoneel toegedanst. De muziek was een soort combinatie en afwisseling van ‘westers’ en Afrikaans, en eindigde heel opzwepend. De dans paste er goed bij: van verstild bewegen tot heftig wervelen. Het stuk sprak me iets minder aan dan het eerste, maar was wel heel bijzonder, en fantastisch goed uitgevoerd.

Lunchconcert Kloosterkerk

Afgelopen woensdag speelde Zimbello (een deel van?) het programma Influenza. Zimbello is eigenlijk een trio, maar helaas moest de mandolinespeelster Martine Sikkenk verstek laten gaan. Het overgebleven duo, bestaande uit Nelleke ter Berg op gitaar en Brechtje Roos op blokfluiten klonk echter prima. Ze speelden een hele rits van korte stukjes: Ung gay bergier van G. Bassano, Guàrdame las vacas, een volksmelodie van L. de Narvàez, Cânone em pi van L.H. Yudo, Ancor che col partire van R. Rognioni, Sonate voor stem van T. Loevendie, Klänge der nacht: Träume, Nachts, Stille der Nacht van H. Genzmer en tenslotte achter elkaar Courant van J.J. van Eyck en The frog galliard van J. Dowland. Volgens de inleiding van Brechtje betekent ‘influenza’ invloed, en proberen ze in het programma invloed van verschillende landen/culturen en van instrumenten op muziek te laten horen. Het was dus een gemengd programma. Vooral de Cânone vond ik erg mooi, en natuurlijk de stukken van Van Eyck en Dowland (ik houd erg van barokke blokfluitmuziek). Verder is vermeldenswaard dat de Sonate voor stem precies was wat de titel aankondigt: een door Nelleke gelezen stuk over hoe een sonate in elkaar zit, met alle muzikale termen van dien, waarbij door stemhoogte en tempo ook datgene werd uitgedrukt dat werd gezegd. Heel bijzonder.

Fiesta de la Plaza

Vorige week zondag waren we eventjes bij het Fiesta de la Plaza op het Huijgensplein. We zagen en hoorden daar het Fernando Lameirinhas kwartet. Fernando zelf zong en speelde gitaar, zijn broer Antonio Lameirinhas zong en speelde basgitaar, Juan Pablo Dobal speelde piano en Liber Torriente deed de drums. Het waren allemaal uitstekende musici, ze speelden Portugese liederen in een stijl die een soort mengeling was van fado, jazz, soul, en swing. De stem van Fernando vond ik prachtig, en het enorme enthousiasme van Antonio was geweldig om naar te kijken. Was ook bijzonder was, dat hij voor een deel van de liedjes op een akoestische basgitaar speelde: een enorm groot geval, met een bijzonder geluid.

Haags Uitfestival

Gisteren werd het Haagse uitseizoen geopend met het Haags Uitfestival, dus start ik weer met m’n culturele logs. Eerst moet me even van het hart dat het Uitfestival (gelukkig) het best bewaarde geheim van Nederland is, maar helaas dit jaar zó goed geheim gehouden dat ik er zelf ook pas gisteren achterkwam dat het was Vanwege andere bezigheden heb ik dus maar een heel klein stukje gezien, maar de kwaliteit was er niet minder om. Toen we aankwamen bij het Spuiplein stond daar de Nederlandstalige groep Zijlstra op het punt om te beginnen. De muziek zou volgens bandleider/zanger/trompettist Jeroen Zijlstra een combinatie zijn van pop, jazz, en … en …. Dat klonk me in eerste instantie in de oren als een combinatie van iemand die niet kan kiezen en van alle walletjes mee wil eten, en daarmee een garantie voor kleurloosheid. Dat viel echter enorm mee. Het eerste nummer, Breek, was melodieus en mooi, maar geen echte aandachttrekker voor op een festival. De volgende nummers brachten echter veel vaart en ritme, en ook nog humoristische teksten. Mij lijkt Zijlstra, dat verder nog bestaat uit Rutger Molenkamp (saxen, muziek, zang), Ed Boekee (toetsen, zang), Edwin Wieringa (bas), en Nout IngenHousz (drums, zang), een waardevolle, nieuwe loot aan de Nederpopstam te kunnen worden. Zie voor meer info hun eigen website: http://www.zijlstraweb.com. Hierna konden we in de Anton Philipszaal aanschuiven bij pianist Rian de Waal en mezzosopraan Marion van den Akker. Zij brachten enkele liederen van Tsjaikovsky en van Rachmaninov ten gehore. Vooral de het tweede en derde lied van Rachmaninov vond ik, hoewel erg kort, schitterend. Heel melodisch en bijna breekbare muziek. Helaas, helaas, heb ik niet onthouden welke liederen het waren. Ik houd me aanbevolen als iemand dat weet …. Hierna speelde Rian de Waal solo het andante caluroso en het precipitato uit de Sonate no 7 in Bes, opus 83, van Prokofjev. Een indrukwekkend stuk, dat extra diepte kreeg door de voorafgaande uitleg van De Waal dat dit stuk door Prokovjev tijdens WO-II schreef, toen hij in Sovjet Unie leefde en daar niet weg kon, en er uitdrukking mee gaf aan de heftige emoties die die gevaarlijke tijd bij de Russen opriep. Tot slot, terug op het Spuiplein, nog een paar nummertjes meegepikt van de Wereldband, die muziekstijlen van over de hele wereld speelde: Iers, Mexicaans, Klezmer, Balkan. Klonk heel gezellig