Categorie Archieven: Film

IFFR 2011: vrijdag 4 februari

Mijn laatste filmdag van dit festival begon met End of Animal (114') van Jo Sung-Hee.
Korte beschrijving van het IFFR:
Debutant Jo maakte op bijna Lynchiaanse wijze met weinig middelen en veel surrealistisch talent een apocalyptische roadmovie. Een zwangere tiener is in een taxi op weg naar haar afgelegen geboortedorp. Ze pikken een welbespraakte lifter op, die blijkt te beschikken over bijzondere gaven.
Eigen indruk:
Met deze film is bewezen dat ook een film zonder muziek goed kan zijn ;-) ) Een vreemde film, niet helemaal begrijpelijk, maar desondanks ontzettend spannend vanaf het moment dat het beeld even op zwart springt. En verontrustend: het zijn geen leuke dingen die in deze film gebeuren, de mensen zijn onaardig en niemand lijkt te vertrouwen. Een happy end zit er dus echt niet in. Maar ik vond dit een hele goede film, die trouwens ontzettend goed werd gespeeld. Petje af, vooral voor de regisseur en de hoofdrolspeelster.

De volgende film was Virgin Goat (87') van Murali Nair.
Korte beschrijving van het IFFR:
Carnavaleske parabel over de liefde van een man voor zijn geit wordt gaandeweg een obsessief noodlotsdrama. Camera d'Or-winnaar Nair (Throne of Death) maakte al meer drama's over de middenklasse op het Indiase platteland. De tragiek van hun vastgeroeste denkbeelden weet hij als geen ander te verbeelden.
Eigen indruk:
De film begint als een pitoresk sprookje met prachtige beelden en kleuren, maar wordt langzamerhand steeds serieuzer en grimmiger. Door een middeltje van de dierenarts wordt geit Laila van hoofdpersoon Kalyan Singh tegen alle verwachting in toch tochtig (denkt hij), zodat hij fanatiek op stap gaat om haar te laten dekken. Het zit echter niet mee, want er wordt belangrijk bezoek verwacht in de streeek, waardoor Singh onderweg meermalen wordt tegengehouden. En uiteindelijk zelfs z'n geit kwijt raakt. Hier is alle vrolijkheid en sprookjesachtigheid weg, en de film heeft geen happy end. Maar is wel zeer de moeite van het bekijken waard: mooi gefilmd, aangrijpend, en een fantastische rol van de hoofdrolspeler.

Hierna zag ik Essential Killing (83') van Jerzy Skolimowski.
Korte beschrijving van het IFFR:
Vincent Gallo schittert zonder een woord te zeggen in deze achtervolgingsthriller van maestro Skolimowski. Hij speelt een Afghaan die door het Amerikaanse leger overgebracht wordt naar een niet nader genoemd Oost-Europees land. Na zijn ontsnapping moet hij zien te overleven in de barre winter. Gebaseerd op een krantenartikel.
Eigen indruk:
Hm, deze film viel, naar aanleiding van wat ik ervan verwacht had, een beetje tegen en kreeg van mij voor de publieksprijs uiteindelijk slechts de kwalificatie 'redelijk'. Terwijl hij in het begin echt goed was. De hoofdpersoon maakt een noodsprong waarbij hij drie Amerikanen doodt in een Afghaanse kloof. Hij wordt vervolgens klemgezet door helikopters, opgepakt en naar een Guantanamo-achtige gevangenis gebracht. Hij wordt daar gemarteld, maar dat komt gelukkig niet al te heftig in beeld. Nadat hij in een groep is overgebracht naar Oost Europa weet hij doordat er een ongeluk gebeurt, te ontsnappen. Dan komt het eerste onwaarschijnlijke moment van de film: de vluchteling kan zich meester maken van een legerbusje waarin de muziek keihard aan staat – en hij laat die muziek staan. Superstom, dus ongeloofwaardig, want zo kan hij natuurlijk helemaal niet horen wat er om hem heen gebeurt. Maar dat heeft geen gevolg. Dan komt een langdurige vlucht door het besneeuwde berglandschap: prachtige, spannende scènes. So far, so good, al leek het me ietwat overdreven dat er een klopjacht worddt geopend met ongeveer twintig man, meerdere helikopters en honden, naar één vluchteling. En dat in een gebied waar deze man en zijn medegevangenen met een geheime nachtvlucht naartoe zijn gebracht. Zou zo'n groots opgezette zoektocht daar niemand opvallen? Nou ja, de VS geven nu eenmaal de wereld uit aan militarisme, dus dit was toch nog wel iets wat misschien realistisch is. Wat de film voor mij echt ongeloofwaardig maakte waren deze dingen: de vluchteling verschuilt zich voor houthakkers, maar blijft liggen als er een gigantische omgezaagde boom op hem af komt; hij vermoordt vervolgens een van de houthakkers – naar mijn idee zonder noodzaak – met diens eigen kettingzaag – waar denkt-ie nog hulp te kunnen krijgen als-ie zich zo gedraagt?; de vluchteling overleeft de kou, ondanks dat hij kopje onder is gedoken in ongetwijfeld ijskoud water, en hij zich nergens kan afdrogen; een vrouw valt van haar fiets en gaat dan haar baby borstvoeding geven, zittend in de sneeuw – veel te koud, toch?; de man komt bijna om van de honger, maar laat desondanks de boodschappentas die de vrouw bij zich heeft ongemoeid – had hij niet even moeten kijken of daar iets eetbaars in zat?; de vluchteling wordt in huis genomen door een vrouw die zijn wapen ziet en dat gewoon onder zijn handbereik laat liggen; zij helpt hem desondanks, en stuurt de politie die hem zoekt en haar zegt dat hij levensgevaarlijk is, weg (ze blijkt doofstom te zijn, en kan blijkbaar niet liplezen); daarna geeft ze de man zomaar goede kleding en een paard (!) mee. Het ritje op het paard gaf wel weer mooie beelden, maar hoe het precies afliep is me ontgaan omdat ik net even op m'n horloge tuurde om na te gaan hoe lang de film nog zou duren – en toen ik weer opkeek stond het paard in z'n eentje in de sneeuw. De man zal er wel af gevallen zijn, want hij bloedde nogal, maar dat weet ik dus niet zeker. Einde film. Ach, het was voor een groot deel wel een film met mooie beelden en het begin was ook behoordelijk spannend. Dus jammer, dat het geheel ongeveer halverwege in rap tempo ongeloofwaardiger werd.

De laatste film van dit festival was voor mij Aurora (179') van Cristi Puiu.
Korte beschrijving van het IFFR:
Gevriesdroogde zwarte komedie en neorealistische thriller tegelijk, deze opvolger van The Death of Mr. Lazarescu. Regisseur Puiu speelt zelf de hoofdrol van vermoeide veertiger. Onverstoorbaar volgt de camera zijn handelingen op een koude dag in Boekarest. Hij zit ergens mee, zoveel is duidelijk.
Eigen indruk:
Na The death of mr. Lazarescu had ik best veel van deze film verwacht, maar hij viel helaas nogal tegen. Het is eigenlijk gewoon een nogal saaie film, waarin je een man ziet die eerst bij een vrouw op bezoek is, later in een apartement komt dat hij kennelijk gehuurd of gekocht heeft, dan weer andere mensen opzoekt, ook even op z'n werk is, en waar gaat dat allemaal heen? Hij blijkt de hand op een wapen te hebben gelegd, en vermoordt in een parkeergarage twee mensen. Later bezoekt hij een vrouw (later zegt hij geloof ik dat het zijn schoonmoeder is), en die blijkt hij ook te vermoorden. Evenals haar later thuiskomende man. Vervolgens gaat hij zich aangeven bij de politie. Hier moesten sommige kijkers in de zaal even lachen, omdat het nogal absurd overkomt als je rustigjes komt vertellen dat je vier mensen uit je nabije omgeving hebt vermoord. Maar echt grappig vond ik het niet, en het was wel het einde van de film. Jammer, ik had liever een betere film als afsluiter van dit festival gezien. Maar niet geklaagd: de oogst was prima dit jaar. Volgens jaar weer?

IFFR 2011: donderdag 3 februari

Deze dag begon voor mij met de korte film Maya (13') van Pedro Pío Martín Pérez.
Korte beschrijving van het IFFR:
Elke man moet een hobby hebben – deze is mooi in beeld gebracht, teder en vreselijk tegelijk. Hond en baasje bereiden zich voor op hondengevechten. Voorfilm bij La BM du Seigneur.
Eigen indruk:
Een korte film over drie dagen uit het leven van een man die zijn hond gebruikt voor hondengevechten. Wie nog niet dacht dat dit soort gevechten walgelijk zijn, weet dat na deze film wel. Verder is het weer zo'n 'art'film waarin gewoon het gewone leven wordt geregistreerd. Nauwelijks tekst, niks moois te zien. Deze regisseur moet maar niet overstappen op lange films ;-(

De volgende film die ik zag was La BM du Seigneur (84') van Jean-Charles Hue.
Korte beschrijving van het IFFR:
In deze western-achtige docufictie spelen woonwagenbewoners zichzelf. Fred en zijn vrienden houden zich bezig met duistere zaakjes: het stelen van dure auto's. Dan veroorzaakt een witte zwerfhond een complete verandering in Freds leven. Zijn omgeving kan het nauwelijks bevatten.
Eigen indruk:
Een film over zigeuners die op een – in vergelijking met Nederland nogal armoedig – kamp nabij Parijs wonen. Ze leiden een crimineel leven, zijn licht ontvlambaar en dus ook onderling behoorlijk agressief. En Fortuyn zou het waarschijnlijk een achterlijke cultuur noemen: een zoon moet de eer van zijn vader hoog houden door in plaats van vader met een vervelende mede-kamper te vechten. Voor de eer, he. Eén van de kampers raakt in deze film echter door een visioen in de Heer (in de Daily Tiger stond dat dit echt is gebeurd), en hij kan daardoor zijn leven als kamper eigenlijk niet meer voortzetten. De inkomsten van de kampers zijn immers afkomstig van criminele activiteiten, en die wil-ie niet meer verrichten. Lastig. Hij probeert terug te komen op het 'rechte zigeunerpad' door tóch de BMW te stelen die hij in het begin van de film aan een andere kamper heeft beloofd in ruil voor een vuurwapen, maar hij kan het dan toch niet helemaal verkroppen, zodat hij na de geslaagde diefstal de auto vernield door er kogelgaten in de schieten. Volgt een open einde. En dan heb je een aardige film gezien over helemaal niet zo aardige levens.

De volgende film was Nainsukh (75') van Amit Dutta.
Korte beschrijving van het IFFR:
Fascinerend verhaal over een 18e-eeuwse miniatuurschilder is een lyrische meditatie over universele begrippen als devotie, liefde en passie. Beelden van de miniatuurwerken vallen harmonieus samen met het grandioze landschap van Himachal Pradesh, Jammu en Kasjmir.
Eigen indruk:
Een schitterende film, en een lust voor het oog én het oor. Er wordt iets verteld over het leven van Nainsukh en over een man die hij kennelijk nogal vaak heeft geschilderd. Erg informatief was dat niet, maar dat vond ik niet erg, want ik vond het niet zo belangrijk om hier kennis over op te doen. Veel belangrijker vond ik de beelden: je zag een aantal miniaturen die hij heeft geschilderd, en die werden voorafgegaan door de uitbeelding daarvan door acteurs. Dat leverde echt prachtige plaatjes op, die werden ondersteund door prachtige Indiase muziek, maar soms ook door geluiden die hoorden bij wat je zag (plotseling opvliegende vogels, het knippen van stug haar). Echt een prachtige film, meer heb ik er niet over te zeggen.

De film die hier op volgde speelde zich af in een heel andere wereld: de Ardennen en het platteland van zuidoost België en misschien het noorden van Frankrijk. Het was Le Grand'Tour (98') van Jérôme le Maire.
Korte beschrijving van het IFFR:
Een gelegenheidsorkest trekt wandelend en zuipend door de bossen naar het 'Carnaval du Monde' in Stavelot. De dronkemansoptocht bevalt zo goed, dat ze huis en haard vergeten. Als middeleeuwse vaganten trekken ze van kermis naar dorpsfeest. Dan zweert hun leider de drank en drugs af. Wat nu?
Eigen indruk:
Een vreemde film over een groep mannen die in een dronken bui besluiten na het carnaval niet naar huis te gaan, maar verder te trekken op zoek naar meer feesten. Ze zijn kennelijk wel wat gewend, want ze trekken wekenlang door bossen en over bergen. In het begin is het een vrolijke film: onder invloed van alcohol en coke en de plotselinge zorgeloosheid van deze manier van leven hebben de mannen het geweldig naar hun zin met elkaar. Maar op den duur gaat de lol eraf: waar zijn ze nu eigenlijk mee bezig? De een na de ander geeft de tour op en vertrekt naar huis. Als na wekenlang trekken de leider plotseling opstapt, gaan ook de laatste twee mannen naar huis. Zo gaat de tocht als een nachtkaars uit, maar, zo vertellen de mannen in docu-achtige stukjes waarin ze worden geinterviewd over het gebeuren: het was een belangrijk moment, meestal zelfs een keerpunt in hun leven. Daar zal wel aan bij hebben gedragen dat, als ik het goed begreep, de meeste vrouwen hun man – die hen met de kinderen zonder enige aankondiging en bijna zonder bericht in de steek had gelaten – niet meer terug wilden ;-)
Ik vond vooral het begin van de film erg mooi: de mannen zijn in felrood gekleed en trekken door het mooie natuurgroene landschap. Later worden de beelden minder flamboyant, maar toen was ik al meegetrokken in het verhaal en bleef dus tot het einde toe geboeid kijken.

De laatste film van deze dag was Water Hands (93') van Vladimir Todorovic.
Korte beschrijving van het IFFR:
'Waterhanden' is het letterlijke Chinese woord voor 'zeeman'. De zeeman zelf blijft in deze film buiten beeld, net als de vrouw die op hem wacht. De strakke zwart-witbeelden bewegen zich door Singapore en Montenegro, terwijl een eigen logica de diverse werelden en vertellingen verbindt.
Eigen indruk:
Dit was weer een prachtige film. Afwisseld zie je beelden (meestal zwart-wit) van Singapore, waar de vrouw brieven schrijft aan haar man, die op reis is. Ze probeert hem over te halen om thuis te komen. Maar of hij dat zal doen? Hij is in Europa (ik had verder niets gelezen over de film en vond moeilijk te bepalen waar, maar volgens de IFFR-site gaat het om de Balkan – logisch als je je realiseert dat de regisseur daar vandaan komt, maar verder is het beslist geen 'Balkanachtige' film) en het bevalt hem daar, zo lijkt het, steeds beter. Hij vindt mooie landschappen en treft interessante mensen. Hij lijkt niet alleen fysiek maar ook geestelijk steeds verder van zijn vrouw verwijderd te raken.
Dit alles is schitterend verfilmd, met een prachtige soundtrack, een harmonisch geheel.

IFFR 2011: woensdag 2 februari

Vandaag begon met een korte film: Pencil against Ants (20') van Mirlan Abdykalykov.
Korte beschrijving van het IFFR:
Mooi gefotografeerd liefdesverhaal over een simpele ziel die wordt uitgehuwelijkt, maar een oogje heeft op een ander.
Eigen indruk:
Tsja, wat hier nu over te zeggen. In de IFFR-beschrijving staat het 'verhaal', maar het filmpje heeft erg weinig om het lijf. Weinig tekst, geen spanning, geen bijzondere beelden. Het was dus gewoon wachten op de hoofdfilm…

En die hoofdfilm was Lucia (80') van Niles Atallah.
Korte beschrijving van het IFFR:
Beeldschoon gemaakt portret van de naaister Lucía, die bij haar vader woont in een oud huis in Santiago, biedt een onverwachte blik op de onverwerkte gevolgen van Pinochets dictatuur. Jonge filmmaker bewijst dat wie heel secuur kijkt, altijd onverwachte dingen ziet.
Eigen indruk:
Ik had het kaartje voor deze film vooral gekocht vanwege de trailer, die er heel bijzonder uitzag: surrealistische beelden van een kamer vol kitscherige spulletjes, in prachtige kleuren. Helemaal niet de trailer die ik bij de beschrijving van de film verwachtte, dus het was een gokje. Helaas: mis gegokt. De film komt meer overeen met de beschrijving dan met de trailer, al waren de kleuren in de film wel net zo mooi als die in de trailer. Maar verder is het een wat saai kijkje in het nogal saaie leven van de naaister en haar vader. Met die onverwachte blik op de onverwerkte gevolgen van de dictatuur viel het ook nogal tegen, of er moet mij iets zijn ontgaan. Het enige dat ik meekreeg was dat er een radiobericht werd voorgelezen over een arts die zou hebben meegewerkt aan martelingen, en die voor de rechter werd gedaagd, als ik me goed herinner. Wat later gingen Lucia en haar vader bij die zelfde arts op bezoek, verkleed als kerstmannen, en bleek dat ze daar elk jaar in die functie in huis kwamen. Dat het dit jaar anders was door het radiobericht, bleek volgens mijn nergens uit. Tsja. Jammer, een film waar ik meer van had verwacht – al blijft staan dat de film door de prachtige kleuren wel een beetje een lust voor het oog was.

De volgende film van deze dag was The Sky Above (72') van Sérgio Borges.
Korte beschrijving van het IFFR:
Een transseksuele academica, een harekrisjna voetbalsupporter, en een indolente would-be schrijver (aan negen boeken tegelijk). Docufictie volgt drie 'gewone' mannen rond de dertig, die hun eigen stadse bestaan vertolken. Cinema als metafoor voor wie we kunnen zijn. Won reeds vijf prijzen op toonaangevend filmfestival in Brazilië.
Eigen indruk:
Ook deze film was een Tiger-kandidaat, maar voor mij was het een dieptepunt. Doordat het 'gewone' in de beschrijving van de film tussen aanhalingstekens stond, had ik verwacht dat dit niet 'gewoon' een film over de drie mannen zou zijn, maar toch een soort 'ongewoon' verhaal of iets dergelijks. Helaas was dat niet zo. Je ziet fragmenten uit het leven van deze drie personen, en ik vond dat gruwelijk saai. Lange beelden van hetzelfde. Een die ik me nog herinner was een donkere vrouw, staande in een donkere kamer, luisterend naar een van de mannen die een heel relaas houdt. Het boeide me niet, dus ik heb geen idee waar het over ging, maar op een gegeven moment bedacht ik me dat als je Portugees zou verstaan, of je de film in een Portugeestalig land zou zien, je niet eens de afleiding zou hebben van (het lezen van) de ondertitels. Mocht ik mezelf nog gelukkig prijzen dat ik enige afleiding vond in het proberen het Portugees te begrijpen en in verband te brengen met de ondertitels. Bah. Als ik mezelf niet heilig had voorgenomen om niet uit een film weg te lopen was ik niet bleven zitten. Nu was het bijna een zelfkwelling om tweeënzeventig supersaaie minuten door te komen. Maar het is gelukt :-)

Gelukkig volgde hierna andere koek: King of Devil's Island (112') van Marius Holst.
Korte beschrijving van het IFFR:
Op historische feiten gebaseerd drama over een brute jongensgevangenis begin vorige eeuw op het Noorse eiland Bastøy. Wanneer Erling (17) arriveert is hij vastbesloten te ontsnappen en zet daarmee een dramatische keten van gebeurtenissen in werking. Met een geweldige Stellan Skarsgård.
Eigen indruk:
Dit was werkelijk een heel goede film. Goed verhaal (des te meer omdat het op waarheid is gebaseerd), goed gespeeld, goed in beeld gebracht. Wat wil je als filmkijker nog meer?
Als het moet kan ik één minpuntje noemen: als twee jongens vluchten over het ijs heeft de één een goede loden jas aan, maar die knoopt-ie niet dicht. Onzin natuurlijk, in die kou, en het levert dus een moment een dipje op in de geloofwaardigheid van het verhaal. Maar daarmee heb ik dan wel op álle slakken zout gelegd ;-)

De laatste film van deze dag was 13 Assassins (121') van Miike Takashi.
Korte beschrijving van het IFFR:
Spectaculaire film in de beste samoeraitraditie. Cultregisseur Miike maakte een overrompelende versie voor de Japanse bioscopen, waarbij het publiek bewonderend Seven Samurai begon te fluisteren. Maar zelfs dat vond Miike niet genoeg en hij maakte een langere director's cut van zijn film (eenmalig te zien op wo 2-2).
Eigen indruk:
Soms vind ik samoeraifilms mooi, en ik dacht dat ik er eerder een van Takashi had gezien die me beviel, dus koos ik dit jaar voor 13 Assassins. Helaas viel hij een beetje tegen. In het begin speelt de film zich erg in het donker af, dus weinig mooie beelden, en verder is de enscenering ook niet echt schilderachtig te noemen. Wat ik wel kon waarderen dat het verhaal opbouwt zonder extreem veel vechtscenes. En toen het tot vechten kwam was dat in het begin erg leuk, omdat de dertien moordenaars een stadje hadden omgebouwd tot een soort vesting met valkuilen voor de tegenstanders, zoals plotseling neerkomende hekken en dergelijke. Grappig. Toen de trucs op waren kwam het neer op gewoon vechten. De een na de ander sneuvelde uiteraard. Toen dat ook gold voor de enige niet-samoerai van de dertien, een supersterke en snelle woudloper, die samoerais (omdat ze zich door regels laten beperken) maar saai vond, ging er een zucht door de zaal: wat jammer nou. Voor mij was die scene reden om op te stappen: de film had al lang geduurd en liep tegen zijn eind, 'serieuze' vechtscenes interesseren met niet echt, en, belangrijker: morgen weer een filmdag ;-)
PS: Omdat ik het einde van de film niet had afgewacht, was ik eigenlijk wel nieuwsgierig welke samoerai de boel nu zou overleven. Leuk dus, om dit in een van de besprekingen op de IFFR-site te kunnen lezen. Het blijkt het hedonistische neefje van de leider van de groep te zijn. Dat vind ik een goede keuze: deze jongen was een levensgenieter die kicks miste en daarom wel eens wilde meemaken hoe het zou zijn om samoerai te zijn. Hij blijft dus achter zonder dat helemaal te ervaren, zonder de eervolle dood van een samoerai te ondergaan. Hij kan waarschijnlijk terug naar zijn luizenleventje, maar is dat nu wat hij wilde? 't LIjkt me een mooi gekozen open einde voor de film.

IFFR 2011: dinsdag 1 februari

Een bijzondere filmdag vandaag, want hij begon met een film van maar liefst zes (!) uur: Mistérios de Lisboa van Raúl Ruiz.
Korte beschrijving van het IFFR:
Adembenemende verfilming van de klassieke Portugese roman van Camilo Carlos Branco. Lissabon, 19e eeuw: een jongen ontdekt het geheim van zijn aristocratische afkomst; een Franse erfgename wreekt zich op haar man. Een spiraal van verhalen, waarin niets en niemand is wat hij lijkt.
Eigen indruk:
Dit is inderdaad een adembenemend mooi gefilmd verhaal, een 'costume thing', al vond ik het voor Ruiz' doen wel behoorlijk conventioneel. Het gaat begint als de jonge Joao, die opgroeit op een jongenskostschool van de kerk, wordt bezocht door een mooie vrouw die, zo vertelt pater Dinis, de priester waarmee hij een goed contact heeft, zijn moeder is. Dit eerste deel van de film verloopt heel traag (maar niet vervelend), en het lijkt om een rechtlijnig verhaal te gaan. Maar dat is niet zo. Stukje voor stukje wordt uit de doeken gedaan waarom Pedro niet door zijn moeder kon worden opgevoed, wie zijn vader is en wat de complexe rol is die pater Dinis in deze geschiedenissen heeft gespeeld. Een spiraal van verhalen, inderdaad, naar een boek van Camilo Castelo Branco, wat me bepaald de moeite waard lijkt om te lezen.
Eén verschrikkelijk groot minpunt moet ik hier echter ook noemen, maar dat lag niet aan de film, maar aan het IFFR: tijdens het afspelen van de laatste twee delen van de film stond de apparatuur verkeerd afgesteld, zodat de film vrijwel in zwart-wit werd afgespeeld. In eerste instantie denk je als kijker uiteraard dat dat zo hoort, dat het een kunstzinnige ingreep van de regisseur is, maar al gauw kom je er achter dat dat niet waar kán zijn. Er is geen reden voor om plotseling op zwart-wit over te schakelen in een verhaal dat vol zit met prachtige kleuren en je zag ook dat het zwart-wit geen opzet was omdat sommige scènes gewoon slecht te zien en lelijk waren. Wat een zeperd. Ik zat zelf niet op een plek dat ik iemand kon waarschuwen maar niemand om mij heen leek in de gaten te hebben dat dit fout was. Op een gegeven moment ben ik dus maar opgehouden me te ergeren en heb ik geprobeerd om toch nog van het laatste deel van de film te genieten, maar wat een slechte beurt voor het IFFR was dit, zeg!

Hierna volgde weer een Tiger-kandidaat: Finisterrae (80') van Sergio Caballero.
Korte beschrijving van het IFFR:
Een film met een geheel eigen logica, schoonheid en humor. Twee spoken – herkenbaar aan het witte kleed met ooggaten – verlaten het Sonar muziekfestival, en gaan op weg naar Finisterrae, aan het einde van de Jakobsweg. En een ode aan Philippe Garrels La cicatrice intérieure, destijds vertoond op het eerste festival.
Eigen indruk:
Een soort roadmovie, maar dan anders ;-) Echt leuk – en intrigerend – om naar te kijken. Mooie beelden van de natuur waar de spoken doorheen trekken, goede muzikale ondersteuning van de beelden en leuke vondsten, zoals een 'orenbos'. Jammer dat de regisseur had gekozen voor de Russische taal: hij zei die mooi te vinden, maar persoonlijk vind ik Spaans veel mooier. Wel bereikte de regisseur dat de film meer een soort totaalervaring van zien en horen wordt: omdat je de woorden niet kunt verstaan vormen ze meer 'geluid' dan tekst (en dat was ook wat de filmer wilde, geloof ik).

De laatste film van deze dag was Surviving Life (105') van Jan Svankmajer.
Korte beschrijving van het IFFR:
Surrealist Jan Svankmajer behandelt een van zijn grootste obsessies: dromen. Hoofdpersoon Evzen heeft bizarre dromen en probeert ze wanhopig te bedwingen. Met behulp van een zeer speciale techniek creëert de maker een soort filmcollage.
Eigen indruk:
Ik vond dit echt een prachtige film: echt een film zoals een artfilm zou moeten zijn. Hij vertelt een aanvankelijk grappig maar later steeds serieuzer en aangrijpender verhaal door het gebruik van een bijzondere filmtechniek: de beelden zijn een mengeling van animatie, over elkaar schuivende uitgeknipte plaatjes en gezichten van, of hele, echte mensen. Een genot om naar te kijken, stof om na te denken over droomuitleg, en op z'n tijd nog humoristisch ook (Freud en Jung trekken gezichten, applaudiseren en geven elkaar klappen in/vanuit hun schilderijlijsten naar aanleiding van de hun al dan niet gevallige interpretaties van de psychiater die de hoofdpersoon bezoekt – niet om van zijn dromen af te komen, maar om er meer te krijgen ;-) ) Geweldig.

IFFR 2011:maandag 31 januari

Deze dag begon met een film met Rutger Hauer – of all people – in de hoofdrol: The Mill and the Cross (91') van Lech Majevski. Ook Charlotte Rampling deed mee, maar die is wel oud geworden, zeg (Rutger ook, natuurlijk, maar die heb ik sinds Turks Fruit nog weleens op tv gezien, dus daar was ik op voorbereid ;-) )
Korte beschrijving van het IFFR:
Kunstenaar/filmer Lech Majewski brengt een tiental personages tot leven die voorkomen op het beroemde schilderij De kruisdraging van Pieter Bruegel. De schilder wordt gespeeld door Rutger Hauer en er zijn rollen voor Charlotte Rampling en Michael York.
Eigen indruk:
Mooi in beeld gebracht stukje Middeleeuws leven: het land wordt onderdrukt door de Spanjaard, ketters worden gemarteld en gedood, en intussen probeert het volk op het platteland te overleven. De film is grotendeels zwijgend, alleen Rutger Hauer, die Bruegel speelt, zijn vrouw en een bankier waar hij het schilderij voor schildert, hebben af en toe tekst. Dat is jammer want het maakt de film nogal stijfjes (voordat ik doorhad dat de film zwijgend zou zijn vroeg ik me af of de regisseur echt dacht dat de mensen in de Middeleeuwen bij het opstaan niet eens goedemorgen tegen elkaar zeiden) en de sprekende acteurs kunnen dat niet veranderen: die komen ook nogal stijfjes over. Rutger Hauer werd voor mij geen Bruegel maar bleef zichzelf, en zag er daardoor gewoon een beetje raar uit met z'n maillot en vreemde hoed. Maar wel mooie beelden dus, en een prettig film om rustigjes tot je te nemen.

Hierna zag ik de enige korte filmcompilatie die ik dit jaar in mijn programma had zitten. Jammer, maar de locatie van Lantaren/Venster is niet meer lopend te bereiken en de reis erheen vormt dus een behoorlijke belemmering om daar films te gaan zien. Maar deze dag was er tijd, dus ik zag een paar films onder de noemer Pictures of Light:
Ouverture (5') van Christopher Becks is een zwart-witfilm met beelden van een oude schuur of molen vanuit allerlei hoeken en gezichtspunten. Wel aardig, maar niet echt opwindend.
Garden (9') van Ryohei Shimada was een compilatie van beelden van groen en planten, met keiharde muziek eronder. Mooi om te zien, en behoorlijk zoals een korte film hoort te zijn (abstract, verhaalloos, en een experiment met filmtechniek).
This is not dying (20') van Nova Paul. Een prachtige film waarin wat gewone mensen te zien zijn die gewone dingen doen (eten, motor repareren, zwemmen), maar in beeld gebracht met een bijzondere filmtechniek. Het leken wel half doorzichte negatiefbeelden. Met leuke pedel-steel gitaarmuziek eronder. Geweldig. Minpuntje: hij duurde wel iets te lang.
Ville Marie (12') van Alexandre Larose. Volgens mij absoluut de beste film van deze serie. Volgens de beschrijving het gezichtspunt van iemand die van een hoog flatgebouw valt, maar dat wist ik niet en zag ik er ook niet zomaar aan af. Wel waren het prachtige, inderdaad enigszins tollende, zeer afwisselende beelden. Prachtige kleuren, soms herkenbaar, meestal abstract. Uitstekend.
In the Absence of Light, Darkness Prevails (13') van Fern Silva. Beelden van Brazilië, veel druktje met mensen, daartussendoor natuur. Maakte niet veel indruk op mij.
Rayning (7') van Robert Todd. Deze film heeft op mij zo weinig indruk gemaakt dat ik niet meer weet hoe hij er uitzag. Of zou hij niet gedraaid zijn ;-) )
Shutter (8') van Alexi Manis. IFFR-beschrijving: de opkomende zon, de langer wordende schaduwen en het verdwijnende daglicht tijdens een volledige zondsverduistering. Mijn indruk: klopt, maar dat was minder indrukwekkend dan het klinkt.
Cry when it happens (14') van  Laida Lertxundi. Ook deze film maakte op mij geen indruk, en ik keek hem niet uit opdat ik op tijd terug zou zijn in Cinerama :-(

Hierna zag ik The High Life (96') van Zhao Dayong.
Korte beschrijving van het IFFR:
Eerste fictiefilm van gelauwerd documentairemaker is haarscherp en realistisch, maar ook dromerig en surreëel stadsportret uit hedendaags China. Jonge Chinees met nep-uitzendbureautje klopt in Guangzhou naïeve arbeidsmigranten geld uit de zak. Zelf wordt hij er ook niet gelukkiger van.
Eigen indruk:
Een film over een oplichter die geld vraagt om banen te zoeken voor mensen die zelf geen werk kunnen vinden. Maar hij verandert halverwege in een film over een gedichten schrijvende politieagent die gevangenen in politiecellen bewaakt en hen zijn gedichten laat voorlezen. Elk van de verhalen was op zich aardig, goed gefilmd en hield de aandacht vast, maar ze leken geen verband met elkaar te hebben en de tweedeling maakte de film daardoor een beetje onbegrijpelijk. Tijdens de Q&A werd dat uitgelegd door de producer (de regisseur was afwezig omdat zijn vrouw op het punt stond hun eerste kind te krijgen): de filmer zou hiermee willen laten zien dat er twee Guangzhou's bestaan: dat van 'the village' en dat van de hoogbouw (dat verklaarde in ieder geval waarom de vriendin van de oplichter op een gegeven moment opmerkte dat ze wegwilde uit 'dit dorp', terwijl ze toch overduidelijk in de miljoenenstad Guangzhou woonde). Dat die twee delen er zijn, had je ook kunnen zien aan de beginshots, waarin je de laagbouw van the village zag, met de hoogbouw op de achtergrond, alsdus de producer. Nu ja, dat moge zo zijn en voor een Chinees is het misschien duidelijk, maar ik was beslist niet de enige kijker in de zaal die dit niet had begrepen. Een beetje jammer, want de op zichzelf best interessante en goed in beeld gebrachte verhalen verloren nu aan kracht door het door mij niet herkende 'statement karakter' van deze film.

Hierna zag ik Never let me go (103') van Mark Romanek.
Korte beschrijving van het IFFR:
Derde speelfilm van voormalig videoclipregisseur Romanek is een onopgesmukt drama met sciencefiction-elementen. Drie vrienden, gespeeld door veelbelovende acteurs, delen goede herinneringen aan een fijne jeugd op een chique kostschool. Maar waar werden ze eigenlijk voor klaargestoomd? Hun idylle blijkt een nachtmerrie.
Eigen indruk:
Ja, waar worden deze jongeren (twee meisjes en een jongen) voor klaargestoomd? Hun school blijkt er een te zijn voor toekomstige orgaandonoren. Het vooruitzicht is dus gedwongen operaties als ze jongvolwassen zijn, gebrekkig herstel omdat je een orgaan mist, en na maximaal drie of vier van dat soort exercities de dood. Een best interessant en best goed verfilmd gegeven, maar als sf-verhaal is het aanzienlijk minder sterk dat dat in het boek Zielen van Stephenie Meyer, waar ik toevallig in bezig was toen ik deze film zag. Dat boek heeft aanzienlijk meer diepgang dan deze film, die behoorlijk aan de oppervlakte van het vertelde blijft steken. Dat merk je bijvoorbeeld aan de muziek. Veel artfilms hebben geen muziek, en nu begrijp ik misschien waarom. In deze film wordt de muziek (veel violen) namelijk gebruikt om emoties op te roepen die door de beelden, het verhaal, de acteurs, niet of niet voldoende bij de kijker worden losgemaakt. In zoverre functioneert de muziek als een soort reparatiemiddel voor de zwakke plekken van de film. Zonder muziek kun je dit soort zwakke plekken niet verhullen, dus moet de film zelf sterk genoeg zijn om de kijker te raken (helaas zijn sommige muziekloze films die ik dit festival op het IFFR zag dat niet). Het kan zijn dat een 'kunstzinnige' regisseur er om deze reden voor kiest geen muziek in zijn film te doen. Ik vind zelf echter dat een film pas echt goed is als het beeld en de muziek elkaar versterken. Dat was bijvoorbeeld het geval in A Stoker (de muziek versterkte daar niet de opgeroepen emoties maar was er in tegenspraak mee, wat op een heel goed bij de film passende manier bevreemdend werkte).

De laatste film van deze dag was The Ghost with Six Fingers: Part One (94') van Chan Lit-Ban.
Korte beschrijving van het IFFR:
Een stel wordt ingehuurd om een lege doos te bewaken en af te leveren, maar raakt betrokken bij een hevig conflict. Stap in deze levendige fantasiewereld, waar het geluid van een luit mensen bewusteloos maakt en een boosaardige kungfumeester de gedaante aanneemt van Yama, de koning van de hel.
Eigen indruk:
Dit is een wuxia-film uit 1965, dus in zwart-wit en dus met oude technieken voor special effects. Voor dat laatste werd de zaal vooraf gewaarschuwd door een mevrouw die de film kort inleidde, en die vertelde dat de special effects in de film indertijd baanbrekend waren, maar uiteraard door de tijd zijn ingehaald. Tsja, dat klopt, natuurlijk. Ik vond het daarom wel een beetje jammer dat de zaal nogal onrustig was en soms in lachen uitbarstte op serieus bedoelde momenten, die door de inmiddels ouderwetse technieken knullig overkwamen. Ik vond het zelf best een aardige film om naar te kijken, hoewel het verhaal niet heel gemakkelijk te volgen was omdat het stelt met de doos tijdens hun tocht wel heel veel slechteriken tegenkomt die ik niet altijd goed uit elkaar kon houden.

IFFR 2011: zondag 30 januari

Een drukke dag vandaag: 5 films. En de dag begon goed, met La belle endormie (82') van Catherine Breillat.
Korte beschrijving van het IFFR:
Visuele, intellectuele en vermakelijke verfilming van De schone slaapster. In een reis door tijd en ruimte geeft Breillat met oog voor detail de onschuldige doch seksueel gespannen wereld van Anastasia weer. Na haar 100-jarige slaap verplaatst het verhaal zich van de 17e eeuw naar de huidige tijd.
Eigen indruk:
Een mooi in beeld gebracht sprookje, deze schone slaapster van Breillat. Anastasia is een prinsesje uit de 17e eeuw, en ze heeft bij haar geboorte één slechte en drie goede feeën aan haar wieg. Hun wensen leiden ertoe dat ze op haar zesde jaar voor honderd jaar in slaap zal vallen en vervolgens in de moderne tijd zal ontwaken. Als Anastasia zes jaar is zie je een pittige meid: ze wil geen meisje zijn dat in een roze tutu meedanst in een 'meisjesstuk', maar een ridder die avonturen beleeft. En die avonturen komen dus in haar honderdjarige droom. Dit deel van de film is prachtig om te zien, en kinderlijk maar tegelijkertijd poëtisch. Als Anastasia vervolgens op haar zestiende wakker wordt, ontdekt ze de liefde in ontmoetingen met twee personen uit haar droom. Dit deel van de film sprak me minder aan, maar het bleven mooie beelden die samen met het voorgaande een film vormen die zeker het bekijken waard is. 

De volgende film, A Stoker (80') van Alexey Balabanov, was ook al prima.
Korte beschrijving van het IFFR:
De nieuwste film van de Russische meester neemt ons mee naar begin jaren negentig en de stad St. Petersburg, vlak voor de ineenstorting van het Sovjetrijk. De stoker schrijft zijn boek, verwarmt de huizen van de mensen en ziet niet dat er vreemde dingen om hem heen gebeuren.
Eigen indruk:
Dit is de beste film die ik tot nog toe gezien heb dit festivaljaar. Hij gaat over een stoker die om zijn inmiddels volwassen dochter niet in de weg te lopen woont op z'n werkplek: een kelder met kachels waardoor de bovenliggende woningen worden verwarmd. Daar schrijft hij ook een boek over een slechte Rus die de mensen van zijn volk (hij is Jakoet of zoiets dergelijks) vernedert en kwaad doet. Zelf is de stoker een veteraan uit de oorlog met Afghanistan,onderscheiden als held van de USSR. Uit die oorlog kent hij een medesoldaat, toen scherpschutter, die het contact met de stoker vooral aan lijkt te houden om praktische redenen: in de ovens die de stoker beheert kunnen heel goed ook de lijken verwerken die deze man in zijn huidige loopbaan als huurmoordenaar moet laten verdwijnen. Als hij weer eens iemand heeft omgelegd, bezoekt hij de stoker, samen met zijn maat de Bison, die de lijken in de oven stopt. De stoker maakt intussen een praatje met zijn medeveteraan en maakt zich niet druk om diens huidige activiteiten, totdat… Dat moet iedereen zelf maar gaan zien. Al met al komt de film tot een heftig en aangrijpend einde, waarbij aan het slot een van de kinderen die de stoker ook placht te bezoeken, voorleest uit zijn boek. Dit verhaal is prachtig in beeld gebracht, heeft een uitstekende soundtrack (de vrolijke niets-aan-de-hand-muziek staat ook onder dramatische beelden) en zit slim in elkaar. Net als in My Joy wordt in deze film veel in knerpende sneeuw gelopen, maar hier worden deze scènes dus begeleid door een lekker muziekje. En de wandelscènes hebben een functie, want je ziet de personages een voor een dezelfde route afleggen (naar het huis van de dochter van de stoker). In het begin van de film vormen de wandelingen een soort rustpunt en intermezzo. Aan het eind van de film heeft de wandeling, doordat je weet waar hij heenleidt, een prachtige dramatische lading.

En ook de derde film van deze dag, Soul of Sand (99') van Sidharth Srinavasan vond ik bijzonder.
Korte beschrijving van het IFFR:
Een zeer Indiaas verhaal in een zeer Indiase omgeving, maar toch geen zeer Indiase film. Een bewaker houdt zinloos maar streng de wacht bij een verlaten mijn. Als op een nacht een vluchtend stelletje wil schuilen, verschuift zijn wereld. Een schrijnende metafoor voor onverbiddelijke ongelijkheden.
Eigen indruk:
Jeetje, al de derde goede film vandaag, ik word wel verwend, zeg! Deze film is volgens de beschrijving een zeer Indiaas verhaal (dat klopt) in een niet Indiase film – dat klopt een beetje. Voor zover Indiase films melodramatisch zijn en in westerse ogen voeracted, was deze film maar beperkt Indiaas. Maar toch wel een beetje, want (in de film) uiten Indiërs hun emoties toch wat plotselinger en heftiger dan wij gewoon vinden. Maar door dat in deze film beperkt te houden, bereikt de regisseur, lijkt me, een groter westers publiek dan anders het geval zou zijn geweest.
Het verhaal is wel erg Indiaas en (dus?) erg triest en gruwelijk. Bewaker Bhanu bewaakt een verlaten siliciummijn, en woont daar ook met zijn vrouw Saroj. De eigenaar van de mijn noemt hij uiteraard "master", en Bhanu en zijn vrouw moeten voor hem kruipen. "Master" kruipt op zijn beurt echter weer voor een man met meer geld (en waarschijnlijk een hogere kaste-afkomst). Op zijn eigen positie te verbeteren wil hij zelfs zijn dochter aan die man uithuwelijken, en daarbij de mijn op de koop toe geven. De dochter is echter verliefd op een student uit een lagere kaste. Dat is ongehoord, en bovendien zeer nadelig voor de positie van pa, dus pa probeert dochter koste wat het kost op het rechte huwelijkspad te krijgen. En dat kost. Niet alleen de dochter en haar student, maar ook pa zelf, en Bhanu en Saroj. Veel geweld en drama aan het eind van de film, en ik hoop dat deze aangrijpende film in de Nederlandse zalen terecht gaat komen zodat iedereen zelf kan gaan zien hoe en waarom.

De volgende film, Vete más lejos, Alicia (67') van Elisa Miller, was een Tiger-kandidaat, dus kon gewoon niet net zo goed zijn als de vorige drie ;-)
Korte beschrijving van het IFFR:
Speelfilmdebuut van winnares Gouden Palm voor korte film is intiem, poëtisch portret van een dromerig meisje op zoek naar zichzelf en een plek in het universum. Alicia, negentien jaar oud, verruilt haar ouderlijk huis in Mexico voor Buenos Aires met de ambitie acrobate te worden.
Eigen indruk:
Voor een Tiger-kandidaat is dti best een aardige film, misschien zelfs een met winnaarspotentieel en vergeleken met de doodsaaie trailer ervan die op de IFFR-site heb gezien viel hij zelfs behoorlijk mee. Toch kon de film, hoewel hij maar 67 minuten duurde, mijn aandacht niet echt vasthouden. Er waren best mooie beelden, en gelukkig stond daar ook regelmatig wat muziek onder, maar toch. Geen boeiende film.

De laatste film van deze dag was AUN – The Beginning and the End of all Things (100') van Edgar Honetschläger.
Korte beschrijving van het IFFR:
In de eerste plaats een kunstwerk. Zo veel fantasie, zo veel wijsheid, zo veel wonderlijke beelden en zulke eigenzinnige muziek, het is bijna te veel, te verwarrend voor één film. Een verwarring die indruk zal maken. Ondergedompeld in Japan, maar met een vleugje Brazilië.
Eigen indruk:
Een mooie film en een waardige afsluiter van deze goede filmdag, al vind ik de beschrijving van het IFFR een beetje overdreven en bleef de film dus een beetje achter bij de daardoor geschapen verwachtingen. Vooraf zei de regisseur dat je je logica even moest laten varen en niet moest proberen een verhaal in de film te zoeken, en dat heb ik dus gedaan, al was er toch echt wel een verhaal (de vader van AUN wil de wereld redden en doet daarom uitvindingen, maar hij slaagt niet; na zijn dood gaat zijn zoon op zoek naar aanleiding van iets wat zijn vader heeft achtergelaten (was dat was weet ik niet meer). De werkelijke en de droom- of fantasie- of natuurwereld lopen door elkaar en dat levert mooie beelden op, maar niet de mooiste film die ik ooit heb gezien ;-) )

IFFR 2011: zaterdag 29 januari

Deze dag ging mr. monalisaa mee naar het festival, en daarom zag ik maar twee films. De eerste was My Joy (127') van Sergei Loznitsa.
Korte beschrijving van het IFFR:
Duistere, nihilistische politieke allegorie over een goedgelovige vrachtwagenchauffeur die strandt op een onheilspellend en uitermate onvriendelijk stukje platteland.
Speelfilmdebuut van documentairemaker Loznitsa, met indrukwekkend camerawerk van Oleg Mutu (4 maanden, 3 weken en 2 dagen).
Eigen indruk:
Dit verhaaltje had me veelbelovend in de oren geklonken en de trailer zag er ook aantrekkelijk uit, dus ik verwachtte echt dat dit een goede film zou zijn. Hij begin ook intrigerend, met een man die wordt versleept en onder beton wordt gestort. Zou dat het einde zijn van de vrachtwagenchauffeur? Eens kijken hoe hij zo slecht terecht is gekomen… Maar dat krijg je dus helemaal niet te zien. De film begint wel over de chauffeur die steeds meer nare mensen ontmoet, maar na een nachtelijke ontmoeting met een stel dieven is de man nergens meer te bekennen en gaat het over diverse andere mensen die door anderen slecht worden behandeld – om het maar met een understatement te zeggen. De film eindigt met een scène waarin een automobilist wordt bedreigd en gechanteerd door politieagenten, waarna een andere, bebaarde man op de weg in de duisternis verdwijnt. Uit de Daily Tiger en de reacties op de film op de IFFR-site begreep ik dat deze man weer de vrachtwagenschauffeur was, maar dat hadden mr. monalisa en ik toch echt niet begrepen (en we waren niet de enigen, volgens de IFFR-site). De regisseur heeft hiermee willen uitbeelden dat iedereen slecht wordt in het leven. Nou, of dat zo is, weet ik niet, maar in ieder geval was dit voor mij niet de manier om dat idee over het voetlicht te brengen. Jammer.

De tweede film van deze dag was een ouwetje: Tras el Cristal (110'), het debuut van Agusti Villaronga uit 1987.
Korte beschrijving van het IFFR:
Villaronga's legendarische filmdebuut uit 1987 geldt als omstreden en heeft niets aan kracht ingeboet. Wie zich niet laat afschrikken, krijgt een inkijkje in menselijke verwording. Naar Spanje gevluchte nazikampbeul continueert daar zijn gruwelijke praktijken, totdat hij in een ijzeren long belandt.
Eigen indruk:
Hm, bovenstaande is wel een heel beperkte beschrijving van deze film: het betreft de eerste paar minuten van de film. Dan is de man al in de ijzeren long belandt (ik wist niet hoe een ijzeren long eruit zag, maar je zit dus in een soort glazen kooi, 'achter het glas'), is de verzorging te zwaar voor zijn vrouw en dochtertje, en dient zich een jongeman aan als verpleger. Hij kent de man en zijn geschiedenis, en onder druk wordt hij aangenomen – hoewel de echtgenote fel tegen is. En zij blijkt gelijk te hebben: niet helemaal duidelijk is of de jongeman de zieke haat of bewondert, wel dat hij hem wil kwellen en pijnigen, en daartoe onder andere de echtgenote uit de weg moet werken. Als dat gebeurt, wordt de film even bloedspannend: krijgt hij haar te pakken? Ja, dus. Gruwelijk. Net als de rest van de film: de verzorger leest de zieke voor uit zijn dagboek, dat gaat over de akeligheden die hij met de jongetjes uit het kamp heeft uitgehaald, en over hoe hij daarvan genoot. Dan 'speelt' de verzorger die akeligheden na, met in de val gelokte jongetjes uit het dorp. Soms eventjes te akelig om naar te kijken. Maar al met al indringend, spannend en prachtig in beeld gebracht. Geen gemakkelijke film, maar wat een debuut!

IFFR 2011: vrijdag 28 januari

Deze dag begon voor mij met Fortune Teller (157') van Xu Tong, en dat was een uitstekend begin.
Korte beschrijving van het IFFR:
Ongeslepen juweeltje uit China's bloeiende documentairescene: niet ver van Beijing woont de oude Li, een dwergachtige, charismatische waarzegger, getrouwd met de simpele, doofstomme Kleine Parel: Xu Tong filmt marginale levens, stranger than fiction – maar ook intiemer en verwarrender.
Eigen indruk:
Een prachtige film over een oude (althans, qua uiterlijk; de leeftijd van een arme Chinees is altijd moeilijk te raden), manke toekomstvoorspeller en zijn stomme, zwakbegaafde vrouw. Ze hebben het moeilijk want kunnen door hun handicaps niet echt werken en toekomstvoorspellen is verboden in China, dus kan de man zijn beroep niet altijd ongehinderd uitoefenen. De filmer zit beide personen dicht op de huid en kennelijk is de relatie goed, want gaandeweg blijkt uit wat de man vertelt en laat zien en uit het gedrag van de vrouw dat ze de filmmaker steeds meer vertrouwen. Leuk is dat de vrouw af en toe echt op de camera reageert door er naar te zwaaien of hem een beetje weg te duwen, wat duidelijk spontaan gebeurt, niet uitgelokt door de filmer. Ontroerend is vooral wat de man vertelt om zijn reden om deze gehandicapte vrouw te trouwen (zijn eigen handicap maakt hem een slechte partij, maar hij wil niet alleen zijn en voor de vrouw zorgen die door haar familie in een geitenhok werd gehouden). De kleuren van deze film zijn ook nog eens schitterend, zodat hij een genot is om naar te kijken. Aanrader, behalve als je alleen van actiefilms houdt ;-)

De tweede film op deze dag was geheel andere koek: Verano de Goliat (76') van Nicolás Pereda.
Korte beschrijving van het IFFR:
In hoog tempo verzamelt Pereda bewonderaars voor zijn in even hoog tempo uitdijende, samenhangende oeuvre. Vijfde film is mooie mix van fictie en documentaire, waarin kleine Mexicaanse dorpsgemeenschap wordt getoond in al haar schoonheid, inclusief ontroerende en ontluisterende details.
Eigen indruk:
Nou, ik behoor niet tot de kring van bewonderaars van Pereda, dat was me na het zien van deze film wel duidelijk. Dit was tot nog toe de slechtste film die ik dit jaar op het festival zag. Hij gaat over een stukje van het leven in een Mexicaans dorp. Goliat is de bijnaam van een jongen waarvan men denkt dat hij zijn vriendin heeft vermoord. Dit komt in het begin van de film aan de orde, als hierover enkele vragen worden gesteld aan verschillende personen (vriendjes, kennissen, een broertje) Maar verder speelt Goliat eigenlijk geen rol in de film, dus waar de titel op slaat was me een raadsel. De film gaat meer over een vrouw die door haar man in de steek is gelaten. Ze denkt dat hij er met een vrouw vandoor is, maar de filmer suggereert dat hij naar de VS is om te werken. Dieptepunt van de film vond ik de scènes waarin de vrouw een brief schrijft aan haar ex. Haar zoon moet die brief aan zijn vader voorlezen, maar omdat hij volgens zijn moeder niet goed kan lezen wordt de brief zin voor zin door haar aan hem voorgelezen en door hem herhaald, opdat hij hem uit zijn hoofd aan zijn vader kan voordragen. Dat voorlezen wordt herhaald, en weer herhaald, en weer herhaald, want de jongen kent de brief natuurlijk niet gelijk uit z'n hoofd. Dat zou nog grappig kunnen zijn, maar dat was het niet. Het enige dat ik erbij dacht was dat het zo wel erg gemakkelijk wordt om een 'lange' film te maken… Intussen ergerde ik me omdat deze regisseur zó mijn tijd verknoeide :-( (

Helaas werd ik van de volgende film, Flying Fish (125') van Sanjeewa Pushpakumara ook al niet vrolijk.
Korte beschrijving van het IFFR:
Deze gedurfde en opwindende film uit Noord-Sri Lanka geeft een overtuigend beeld van de waanzin in een land, gegrepen door de psychologie van oorlog. In drie parallelle verhalen toont de film hoe gewone dorpsmensen een normaal bestaan proberen te leiden onder abnormale omstandigheden.
Eigen indruk:
Als er een film uit Sri Lanka op het programma van het IFFR staat, koop ik steeds weer enthousiast een kaartje, in de hoop dat de film Flying with one Wing van Asoka Handagama, die ik in 2003 zag, zal evenaren. Dat was een indringende film over een vrouw die als man door het leven probeerde te gaan omdat vrouwen in Sri Lanka behoorlijk gediscrimineerd en onderdrukt worden en nauwelijks over enige vrijheid beschikken. Dat de positie van de vrouw in Sri Lanka benard is bleek uit deze film ook weer volop, maar de manier waarop deze regisseur zijn punt maakte was – als het tenminste zijn punt was – niet indringend of anderszins indrukwekkend. Waarom zijn 'art films' zo traag, en waarom laten Sri Lankaanse regisseurs zoveel weg? Ik had helaas geen tijd voor de Q&A, want ik had best willen weten of de regisseur dacht dat zijn film duidelijk genoeg was om de enkele reden dat er openlijke seks in voorkwam? Voor de Westerse kijkern (nou ja: voor mij) kwam die seks steeds volledig uit de lucht vallen: je zag geen opbouw van contact, geen relatie. Gewoon pats boem, erop. En dat dan wel op een afgelegen plek, maar daar dan weer volledig onbeschut 'in the open'. Zodat diverse paartjes wordt betrapt – met alle gevolgen van dien. Mijn conclusie na deze en een aantal andere Sri Lankaanse films kan niet anders zijn dat dat het land volkomen sexueel gefrustreerd is, en dat het vrijwel niemand lukt om daar een goede film over te maken (Handagama is blijkbaar de uitzondering die de regel bevestigt). De flinke drama's waarmee de film eindigde waren onvoldoende om ervoor te zorgen dat deze film van mij niet de beoordeling 'slecht' meekreeg voor de publieksprijs. En oh ja, dat de film zou gaan over leven onder de abnormale oorlogsomstandigheden in het noorden van Sri Lanka, dat leek me heel interessant. Maar dat aspect kwam naar mijn idee in deze film totaal niet uit de verf. Helaas.
PS: Later las ik in de Daily Tiger dat de filmer zich graag wil uitdrukken, en dat het medium dat hem daarvoor heeft 'getroffen' 'helaas' film is. Helaas, omdat filmen duur is en het lastig is om voldoende geld bij elkaar te krijgen. Aan de andere kant: hij had ook twee boeken geschreven, maar die waren maar door weinig mensen gelezen. Misschien dus toch een kwestie van wat je wilt uitdrukken, en hoe je dat uitdrukt, vroeg ik mezelf af… Maar blijkbaar schort het daar volgens deze filmer zelf niet aan.

Gelukkig eindigde deze dag met een goede afsluiter: Club Zeus (75') van David Verbeek.
Korte beschrijving van het IFFR:
Als guerrillaproject gemaakt, in afwachting van de financiering van R U There. Verbeek, Tijgerkandidaat in 2008 met Shanghai Trance, bewijst met dit drama over een gigoloclub voor nieuwrijke vrouwen in Sjanghai, dat zijn creatieve productiviteit stijgt en dat China als inspiratiebron onuitputtelijk lijkt.
Eigen indruk:
Ik was een beetje bang dat deze film, omdat hij 'tussendoor' was gemaakt met een klein budget, niet veel voor zou stellen, maar niets was minder waar. Een goed gespeeld en prachtig gefilmd verhaal over twee jongens die gigolo zijn en daarmee wel veel verdienen, maar eigenlijk natuurlijk niet echt gelukkig worden. En dan was dit als bonus eindelijk eens een film met een prima soundtrack. Complimenten voor de componist, en voor Verbeek, dat hij hem gekozen heeft. En daarmee werd met gelijk duidelijk dat het niet zo is dat er in art films geen muziek zit omdat daar geen geld voor is, want als je muziek wilt, kán het kennelijk wel, ook al is je budget beperkt.

IFFR 2011: donderdag 27 januari

Als eerste film van dit festival zag ik Butterfly L'Attesa (97') van Tonino de Bernardi.
Korte beschrijving van het IFFR:
Muziekwetenschapper en experimentele-filmveteraan organiseert een kleine opera in de achtertuin van zijn oude boerderij. De boeren blijven gewoon doorwerken. En het leven in het huis van de filmmaker gaat ook gewoon door. Toch komen we dichterbij de mythische Madame Butterfly van Puccini.
Eigen indruk:
In deze film organiseert de regisseur in zijn 'tuin' in Italië een kleine opera. Klein, want alleen het lied uit de titel wordt gezongen. Het gaat over madame Butterfly die wacht op de thuiskomst van haar (zee)man; het schip verschijnt aan de horizon, legt aan in de haven, madame snelt niet naar hem toe maar wacht hem boven in de heuvels op – en hij komt. Tot zover de tekst van het lied, voor zover ik die goed heb begrepen en onthouden. Het lied wordt in de film meermalen gezonden. Soms zie je het publiek: de (oude) buren, soms madame Butterfly, lopend door de tuin (het is meer een flink stuk land) en wachtend, soms madame Butterfly en haar gearriveerde lief. Dat wil zeggen: er is een jonge en er is een oude (zee)man als lief.Waarschijnlijk de man zoals hij vertrok, en zoals hij terugkwam. Nou ja, veel verhaal en ontwikkeling zijn er dus niet, maar de beelden zijn aardig en vooral het licht is erg mooi. TEgen het einde zijn er ook nog scènes waarin madame Butterfly met een mes rondloopt. Daar begreep ik niets van, maar uit de Q&A maakte ik op dat dat ermee te maken had dat madame Butterfly in de opera zelfmoord pleegt. In de film doet ze dat niet, want de regisseur is optimistisch en heeft een hoopvol wachten willen uitbeelden.
Butterfly L'Attesa is bepaald geen middle of the road film, en ik was blij dat ik tevoren de trailer had gezien waaruit bleek dat je een zekere saaiheid kon verwachten. Zo voorbereid vond ik de film best het bekijken waard.

De tweede film van deze dag was Fleurs du Mal (100') van David Dusa.
Korte beschrijving van het IFFR:
Bruisend en energiek liefdesverhaal van een vrije jongen die zich al dansend door Parijs beweegt en een Iraans meisje dat als balling in de lichtstad verblijft. Via media als YouTube, Twitter en Facebook volgen ze de situatie in Iran en elkaar. Rebellerend speelfilmdebuut van David Dusa.
Eigen indruk:
Een goede film. Hij begint frivool en vrolijk met de jongen die echt heel goed kan dansen en tijdens zijn werk in een hotel het meisje tegenkomt en contact met haar maakt. Zij is van hem onder de indruk, raakt gecharmeerd van zijn luchtigheid, maar heeft tegelijkertijd veel ernstigs aan haar hoofd. Via twitter probeert ze contact te houden met een vriendin in Iran, waar het neerslaan van de groene revolutie in volle gang is. Omdat door de film you-tube-filmpjes hiervan zijn gemonteerd, wordt de film gaandeweg ernstiger en heftiger van karakter, en maakt hij steeds meer indruk.

De derde film was Dad (71') van Vlado Skafar.
Korte beschrijving van het IFFR:
Kwetsbaar, lyrisch en dromerig verhaal over een gescheiden vader en zijn zoon. Voor het eerst sinds lange tijd brengen ze deze mooie herfstdag samen door. Over de onbenoembare liefde tussen vader en kind, verwijdering en verbondenheid.
Eigen indruk:
Hm, hier heb ik niet veel aan toe te voegen. Vader en zoon beginnen met vissen, en praten niet erg veel met elkaar. De omgeving is niet zwaar indrukwekkend, dus heel mooi werd de film daar niet door. En verder was-ie een beetje saai.

IFFR 2010 – vrijdag 5 februari

Where are you? (Kobayashi Masahiro; Japan; 2009; 104’)
IFFR-beschrijving:
Regisseur Kobayashi Masahiro, in 2008 Filmmaker in Focus op dit festival, heeft voor het eerst een tiener als protagonist gekozen. Zijn zoon, Kobayashi Yuto, speelt de 16-jarige Ryo, zelf vertolkt hij (zoals eerder in The Rebirth) de vader. Ryo bevindt zich in een wanhopige situatie: zijn moeder ligt op sterven en er is geen geld voor de ziekenhuisrekeningen. Elektriciteit en water zijn afgesloten en hij heeft honger. Met tegenzin begint hij te stelen van zijn baas, maar al gauw wordt hij gesnapt. Als kort daarop zijn moeder sterft, gaat hij op zoek naar zijn vader in Tokio; het platteland heeft de eenzame jongen niets te bieden. Of in de stad zoveel goeds op hem wacht, is maar de vraag. Where Are You? is opgedragen aan Kobayashi’s overleden vader en aan Antoine Doinel, het personage dat in een aantal films van François Truffaut figureert.
Eigen mening:
In de ‘programmer notes’ over deze film stond dat een protestzanger wel raad had geweten met dit verhaalm en dat lijk me ook waarschijnlijk, maar de filmmaker bakte er weinig van. Ik ben dit hele festival ngal mild geweest met de scheurkaartjes, maar deze film kreeg toch echt het predicaat ‘zeer slecht’. Het gegeven is wel interessant: je ziet hoe een jongere zwerver wordt (behoudens het idiote ‘happy end’ in de laatste minuut) maar dit gegeven wordt absoluut niet overtuigend gebracht, superpathetisch gespeeld, saai gebracht en vervelend gefilmd (dat je met een handheld schokkerige beelden krijgt weten we nu wel en overkill maakt een film gewoon naar om naar te kijken).

Anna Blume (Vessela Dantcheva; Duitsland; 2009; 9′)
IFFR-beschrijving:
Expressieve, fantasievolle ode aan de liefde. Absurdstisch animatie gebaseerd op het gedicht An Anna Blume van de beroemde dadaïst Kurt Schwittrs.
Eigen mening:
Creatief en mooi filmpje bij een bijzonder gedicht, dat helaas niet steeds goed te verstaan was.

Pepperminta (Pipilotti Rist; Zwitserland; 2009; 80’)
IFFR-beschrijving:
Het speelfilmdebuut van de Zwitserse videokunstenares Pipilotti Rist is een staaltje eigenzinnige cinema, een hallucinerende trip waarin alle natuurwetten overboord gaan. Pepperminta is een psychedelische kleurenexplosie, vol vreemde cameraposities en anarchistische invallen. De speelse Pepperminta wil mensen bevrijden van hun angst en de wereld menselijker maken.
Net als haar videokunst speelt haar filmdebuut zich af in Rists unieke universum, met de figuur van Pepperminta als haar alter ego. De speelse hoofdpersoon woont in een futuristische regenboogstad en leeft volgens haar eigen regels. Kleuren zijn haar beste vriend en aardbeien haar huisdieren. Zij verplaatst zich met haar twee beste vrienden Werwen en Edna via haar badkuip en bewaart haar menstruatiebloed in de koelkast. Het doel van de ‘drie musketiers’ is om plezier te hebben, mensen te bevrijden van hun verlammende angsten en de wereld menselijker te maken. Kijk vol verwondering mee met de (letterlijk) kleurrijke blik van Rist op het bestaan.
Eigen mening:
Geweldige film. Bijzonder origineel en creatief en ook schitterend verfilmd. Pepperminta is een Pippy Langkous-achtige vrouw die medestanders zoekt om… ja, om wat, eigenlijk? Om geaccepteerd te worden zoals ze is, denk ik uiteindelijk. De scènes met het menstruatiebloed vond ik niet zo fris, maar dat waren er niet zo veel en er werd niet overdreven. Een prachtige zin uit een liedje uit de film: Wir machen Fehler, und das schmeckt gut. En een citaat uit het einde: een klein moment zonder angst, en een paar mensen die mee willen doen, dat is alles wat je nodig hebt. Een vreemde film over vreemde mensen en een vreemd verhaal, maar uiteindelijk toch ontroerend. Heel bijzonder.

Night & Fog (Ann Hui; Hongkong; 2009; 122’)
IFFR-beschrijving:
Ann Hui’s donker-realistische Night & Fog begint aan het eind van het verhaal: met de brute moord van een man op zijn vrouw en dochters. Hui ontmaskert gaandeweg de idylle van het vreedzame gezin en die van Hongkong als het beloofde land voor goudzoekers.
Via verklaringen van onbetrouwbare getuigen onderzoekt de film vervolgens hoe het zover heeft kunnen komen en wat voor soort man in staat is om zijn gezin om te brengen, vragen die haast onvermijdelijk onbeantwoord blijven. Night and Fog, vernoemd naar Nuit et brouillard (1955), Alain Resnais’ documentaire over concentratiekampen, toont het moeilijk grijpbare probleem van huiselijk geweld. Een oudere man uit Hongkong haalt een bruid van buiten de stad en verwaarloost en misbruikt de vrouw vervolgens. Ann Hui’s koel registrerende camera wordt, net als in haar eerdere Song of the Exile (1990), afgewisseld met flashbacks binnen flashbacks en droomsequenties.
Eigen mening:
Een vlot verteld verhaal over een vrouw die door haar man wordt mishandeld en uiteindelijk vermoord. Zware kost, wat eenzijdig belicht, maar goed gefilmd en aangrijpend. Extra schokkend vond ik de draai die de man aan het eind van de film aan zijn daad probeert te geven. Gelukkig blijkt dat hij dáár niet mee wegkomt…

Sailor of hearts (Shaji N. Karun; India; 2009; 107’)
IFFR-beschrijving:
Een lijk spoelt aan. Niemand weet wie het is. Politiemannen ondervragen mensen in de schilderachtige dorpjes van Kerala. Drie jonge vrouwen van verschillende achtergrond en geloof, met andere denkwijzen en levensdoelen, claimen het stoffelijk overschot als dat van hun echtgenoot. Met hun hartstochtelijke herinneringen aan de intieme warme relatie met hem, onthullen de vrouwen ieder een stukje van het leven van Kutty Srank, de overleden plaatselijke loods, die met drie vrouwen op drie verschillende eilanden getrouwd blijkt te zijn geweest.
Dat de Zuid-Indiase bioscoopster Mammothy de hoofdrol speelt, is een gelukkige greep. Met zijn nadrukkelijke aanwezigheid straalt hij zelfs in tamelijk rustige stukken een intens innerlijke kracht uit die de sfeer van de gehele film kleurt. Het indrukwekkende camerawerk in dit lyrische, aan het magisch realisme grenzende verhaal is van de hand van cameravrouw Anjali, een primeur voor een Malayali-film.
Eigen mening:
Prachtige film, die wellicht voor velen niet voldeed aan de verwachtingen (bijna de helft van de toeschouwers liep de zaal uit) omdat (?) bovenstaande beschrijving niet klopt. Tenminste, volgens mij is maar één van de vrouwen met Kutty Srank getrouwd geweest, en blijven verwarrende perikelen die je op grond van de IFFR-beschrijving dus uit. Je krijgt gewoon drie fases uit het leven van de man te zien, en elke fase wordt verteld door de vrouw die bij de gebeurtenissen betrokken was. Er werd op typisch Indiase wijze overgeacteerd (waar ook meerdere toeschouwers niet goed tegen konden), maar het mooie daarvan vind ik wel dat het overbrengt hoe heftig men liefde, haat, schande, en dergelijke ervaart in situaties die voor ons helemaal niet zo heftig zouden zijn. De ernst van de gebeurtenissen voor de personages wordt daardoor beter invoelbaar. Nou ja, en verder zijn de Indiase mensen, kleding, landschappen en dergelijke prachtig, en prachtig in beeld gebracht. Ik heb me met deze film dus uitstekend vermaakt en het was, op het vervelende publiek na, een goede afsluiter van dit festival voor mij.