Dit boek (235p.) dat ik deels in het Engels las en deels in de vertaling van Paul Syrier was niet helemaal mijn cup-of-tea. Het gegeven was interessant genoeg: het boek gaat over een Joodse vrouw die in de jaren twintig haar vaderland Rusland is ontvlucht naar de VS omdat haar ouders zijn vermoord bij een pogrom. Eenmaal in de VS hoort ze van een nicht dat haar dochtertje, dat ze toen ze vluchtte niet kon vinden, nog in leven is. Dat gaat ze dus opzoeken, en daartoe maakt ze een barre tocht door de VS, Alaska en Siberië. Die tocht leek mij het interessant van het verhaal, maar dit komt maar zeer karig uit de verf. De aandacht gaat meer uit naar de periodes waarin de vrouw op één plaats verblijft: aanvankelijk New York, later in steden waar ze doorheen reist. Overal ontmoet ze mensen die geen doorsnee leven leiden, en dat is best interessant, maar toch gingen zowel de hoofdpersoon als de bijfiguren voor mij niet leven (behalve in de scene met de vrouw, de zwarte hoer die ze heeft ontmoet en diens pooier in zijn huis; echt aangrijpend; meer verklap ik niet, dat moet iedereen zelf maar lezen). En omdat de barre tocht ook nog eens niet goed uit de verf kwam, viel het boek me – hoewel ik het zeker niet slecht vond – me tegen en was ik blij toen ik het uit had.
Op naar iets dat me meer aanspreekt!
Toevallig heb ik dit boekje ook net uit… ik had een beetje mijn twijfels over Esther Verhoef, en dat was terecht: de spanning was ver te zoeken. Ik hou het wel bij Stephen King en schrijversduo Preston&Child