Auteur Archieven: monalisa

Lotte Lenya, een leven – Donald Spoto

In dit boek (vertaling L.C. van der Sluijs) ben ik een tijd geleden begonnen. Het las best aardig weg, totdat ik me afvroeg waarom ik het eigenlijk las. Ben ik wel geïnteresseerd in het leven van Lotte Lenya, ex van Kurt Weil en vertolkster van de liederen van Brecht en Weil? Nee, dus. Ik heb het boek een tijdje (130 p.) weggelegd en geen enkele neiging gehad het weer op te pakken. Tijd, dus, om het beschikbaar te stellen voor bookcrossing ;-)

De telescoop van Schopenhauer – Gerard Donovan

Ik heb toch eerst dat andere boek (Via Capello) uitgelezen, wat zonde was van m’n tijd: plat, nikserig, slordig. Dus wat een overstap naar dit bijzondere en bijzonder indrukwekkende boek! Ik heb het net uit, en moet inderdaad even op adem komen… Het is eigenlijk een boek (309 p.; vertaling Marion op den Camp) dat niet goed te beschrijven valt. Ja, een oorlog(je), een bakker, een leraar, een gat dat gegraven moet worden en mensen die worden aangevoerd. En sneeuw, wind en kou. En dan de vraag wie goed is, en wie fout. En breder nog: wie goed is, en wie slecht. De leraar en de bakker verschillen daarover fundamenteel van mening. En zoeken naar antwoorden op hun vragen met behulp van de ideeën van grote filosofen. Dat klinkt allemaal ernstig, zwaar en moeilijk, en dat is nu precies het mooie van dit boek: dat is het niet. Ja, het wordt allemaal wel zwaarder en ernstiger naarmate het verhaal vordert, maar er is ook veel lichtvoetigheid en veel humor. Zo bijvoorbeeld het geweldige hoofdstuk “Een schermutseling in de bakkerij: de kunst van het oorlogvoeren”, waarin de bakker beschrijft hoe hij zijn strijd met de vrouw van de politieagent – die al z’n dure broden en taarten betast en altijd alleen maar het goedkoopste koopt – met behulp van die klassieker van Sun Tzu probeert uit te vechten. Hilarisch, en serieus tegelijk. Zo ook in de rechtszaak tegen de bakker die de leraar en de bakker samen in scène zetten, waar in het kader van de filosofische ondervraging onder andere de kat als getuige wordt opgeroepen:

“DE KAT: Hij was een oven aan het bouwen.
‘Hoe groot was de oven?’
DE KAT: Ik had geen lineaal bij me.
‘Groter dan een normale oven?’
DE KAT: Hoe groot is dat?
‘Groter dan een normale oven.’
DE KAT: Hoe groot is normaal?
‘Een buitenoven. Iets in die trant.’
DE KAT: Hoe ver kan een hond een bos in rennen?
De rechter kwam tussenbeide. ‘Dat is een onzinnige vraag en volstrekt irrelevant en u mag trouwens geen vragen stellen.’
DE KAT: Hoe ver?
‘Ik zou het niet weten,’ zei de aanklager.
DE KAT: Tot de helft, dan rent hij het bos weer uit. En daarvoor hoef je niks te meten. Dat is gewoon zo.”

Duidelijk een boek dat niet te beschrijven valt, dus, want hoe valt dit nu te rijmen met de ernst en de zwaarte van zaken als goed en slecht en de schuldvraag? Het boek deed me daardoor een beetje denken aan Walter en Gromit en meer nog aan de film Surviving Life van Jan Svankmajer die ik begin dit jaar zag op het IFFR. Niet dat iedereen die gelijkenis zal zien, want er zijn natuurlijk ook duizend verschillen tussen dit boek en die film, maar beide zijn kunstwerken in hun soort vanwege hun originaliteit en de manier waarop ze loskomen van de conventies van die soort.
Enorm bedankt voor het ringen van dit boek, Joanazinha, ik voel me er enorm door verrijkt en zonder jou was het vast nooit op m’n pad gekomen…

Caleidoscoop – Linda Jansma

Dit boek (343 p.) las ik via bookcrossing omdat het daar werd aangeprezen als zeer spannend, maar tjonge, tjonge, wat viel dat tegen. Jansma is waarschijnlijk een nieuwe ster aan het firmament waar Saskia Noort en consorten schitteren, en als ik dat tevoren had geweten was ik waarschijnlijk niet aan het boek begonnen want dat firmament is aan mij niet besteed: het is me te oppervlakkig, te niemendallerig, te chicklitachtig. Daar komt in het geval van Jansma nog bij (maar misschien geldt dat voor de andere dames ook, ik herinner me niet veel van hun boeken) dat het boek niet mooi, en soms zelfs lelijk, geschreven is en vol zit met kromme zinnen en taalfouten.  Had de redacteur nu zelfs een zinnetje als “In zijn driedelig pak lijkt hij net zo breed als dat hij hoog is” niet kunnen verbeteren? En wat moet je als lezer met de mededeling dat de motregen ‘nog steeds persisterend’ naar beneden komt? Kennelijk wil Jansma graag overbrengen dat ze ook moeilijke woorden kent, want tot (minstens) tweemaal toe wordt een ‘initiële vraag’ niet beantwoord. Dat kan best, natuurlijk, maar dat is toch geen taal voor in een zogenaamd spannend boek dat zich echt niet afspeelt in kringen waarin dat soort woorden tot het dagelijks taalgebruik behoren?
Verder is het boek nogal langdradig en zag ik de plot al van mijlenver (d.w.z. vanaf p. 49) aankomen.  Nu heb ik in m’n leven veel detective/thrillers gelezen en bijna altijd zonder succes geprobeerd te voorzien ‘wie het gedaan had’ (ik herinner me boekjes van Ellery Queen waarin hij schreef dat de lezer nu alle nodige aanwijzingen had om het raadsel zelf uit te puzzelen – het lukte me nooit), maar dat het bepaald niet bevredigend was dat het dit keer wel lukte. Het leidde er alleen maar toe dat ik het boek totaal niet spannend vond, omdat ik voorzag voor wie en voor wat er gevreesd moest worden, en voor wie en voor wat niet. Dat kwam vooral doordat het valse spoor – bijna onmisbaar in een goede detective – bijzonder onovertuigend was. De bedoeling van een vals spoor is natuurlijk dat de lezer er mét de speurder of (tegenwoordig meestal) het potentiële slachtoffer van overtuigd raakt dat X de dader is omdat alles in zijn/haar richting wijst, terwijl Y daardoor (bijna) buiten beeld blijft en door kan gaan met het spelen van zijn/haar gevaarlijke spel. Maar Jansma heeft mij op dit punt werkelijk geen seconde overtuigd. Tel daarbij op dat je weliswaar aan het begin van het boek al kunt zien aankomen wie Y zal zijn, maar dat dat psychologisch verder uitermate zwak wordt uitgewerkt, en je hebt een slecht geschreven boek met een zwakke plot waaraan je je leestijd volgens mij beter niet kunt besteden.

Versplinterd – Karin Slaughter

Dit boek (430 p.; vertaling Ineke Lenting) kreeg ik enige tijd geleden van een collega en ik zag er eigenlijk een beetje tegen op om eraan te beginnen omdat ik bang was dat het het zoveelste boek met veel bloederige agressie en een gestoorde moordenaar zou zijn. Maar dat viel erg mee. Dat wil zeggen:  er vloeit wel bloed en de dader is wel degelijk gestoord, maar dat overvleugelt niet dat dit een goede, lekkere speurdersroman is.  Will Trent en zijn partner-tegen-wil-en-dank Faith zijn een aansprekend stel dat elkaar goed aanvult, al zien ze dat zelf vaak anders.  Slaugther houdt de beschrijving van hun privéperikelen beperkt en daardoor verstoren ze de loop van het verhaal niet, maar maken de speurders wel ‘net mensen’. Het lijkt me kortom leuk om nog een volgende speurtocht van dit duo te volgen. Hopelijk heeft Slaugther er een beschreven…

Lotte Lenya, een leven – Donald Spoto

In dit boek (vertaling L.C. van der Sluijs) ben ik een tijd geleden begonnen. Het las best aardig weg, totdat ik me afvroeg waarom ik het eigenlijk las. Ben ik wel geïnteresseerd in het leven van Lotte Lenya, ex van Kurt Weil en vertolkster van de liederen van Brecht en Weil? Nee, dus. Ik heb het boek (na 130 bladzijden) een tijdje weggelegd en geen enkele neiging gehad het weer op te pakken. Tijd, dus, om het beschikbaar te stellen voor bookcrossing ;-)

De telescoop van Schopenhauer – Gerard Donovan

Een heel bijzonder, lezenswaardig boek (305 p., vertaling Marion Op den Camp). Dit schreef ik erover bij bookcrossing (het andere boek is Via Cappello):

Ik heb toch eerst dat andere boek uitgelezen, wat zonde was van m'n tijd: plat, nikserig, slordig. Dus wat een overstap naar dit bijzondere en bijzonder indrukwekkende boek! Ik heb het net uit, en moet inderdaad even op adem komen… Het is eigenlijk een boek dat niet goed te beschrijven valt. Ja, een oorlog(je), een bakker, een leraar, een gat dat gegraven moet worden en mensen die worden aangevoerd. En sneeuw, wind en kou. En dan de vraag wie goed is, en wie fout. En breder nog: wie goed is, en wie slecht. De leraar en de bakker verschillen daarover fundamenteel van mening. En zoeken naar antwoorden op hun vragen met behulp van de

Meer lezen

Godverdomse dagen op een godverdomse bol – Dimitri Verhulst

En wat een verademing is het dan om na de slordige, oppervlakkige, platte Weijts het proza van Verhulst te lezen. Een taalvirtuoos die je laat genieten van bijna elke zin die hij opschrijft, zelfs als het verhaal – zoals in dit boek (179 p.) je niet voortdurend bij je lurven pakt. In dat opzicht is dit boek heel anders dan de twee die ik tot nu toe de beste vind van Verhulst: De helaasheid der dingen en De laatste liefde van mijn moeder. In die boeken – die waarschijnlijk heel dicht bij Verhulst' eigen ervaringen staan – weet de schrijver heel levensechte personen op te voeren, met levensechte pijn die draaglijk is door de humor die bij Verhulst nooit ver weg is. De humor ontbreekt ook niet in de godverdomse dagen, maar wel mist dit boek een aansprekend personage. Want dit boek

Meer lezen

Via Cappello 23 – Christiaan Weijts

Aan dit boek (315 p.) begon ik nogal tegen heug en meug: het debuut van Weijts heb ik vrij snel weggelegd, dus ik was aan deze tweede roman nooit begonnen als hij niet was gekozen als het eerstvolgende te bespreken boek van mijn leesclub. Nou, die kunnen kiezen wat ze willen, maar aan de volgende Weijts ga ik toch echt niet lezen.
Dit boek begon, net als het debuut van Weijts, met plattigheid en stereotypen (oude mensen zijn saai, vrouwen alleen gaan met een dildo op reis, de hoofdpersoon is geen toerist maar een reiziger, enz.). Als de plattigheid net zo erg was geweest als in Weijts' debuut had ik het boek weggelegd, maar toen ik wat verder

Meer lezen

Godverdomse dagen op een godverdomse bol – Dimitri Verhulst

En wat een verademing is het dan om na de slordige, oppervlakkige, platte Weijts het proza van Verhulst te lezen. Een taalvirtuoos die je laat genieten van bijna elke zin die hij opschrijft, zelfs als het verhaal – zoals in dit boek (179 p.) je niet voortdurend bij je lurven pakt. In dat opzicht is dit boek heel anders dan de twee die ik tot nu toe de beste vind van Verhulst: De helaasheid der dingen en De laatste liefde van mijn moeder. In die boeken – die waarschijnlijk heel dicht bij Verhulst' eigen ervaringen staan – weet de schrijver heel levensechte personen op te voeren, met levensechte pijn die draaglijk is door de humor die bij Verhulst nooit ver weg is. De humor ontbreekt ook niet in de godverdomse dagen, maar wel mist dit boek een aansprekend personage. Want dit boek

Meer lezen

Onderstroom – Arnaldur Indridason

Wat een heerlijke schrijver is Indridason toch. Ook dit boek (248 p.; vertaling Adriaan Faber) is goed geschreven en las weer als een trein, dus ik genoot ervan, zelfs ondanks dat ik de plot niet erg sterk vond: mijn kennis over deze materie is gelukkig alleen maar gebaseerd op boeken, dus misschien klopt er niets van, maar ik heb er nog nooit van gehoord dat iemand een ander de hals door kan snijden en dan kan verdwijnen zonder enige (voet)sporen achter te laten. En dat bewijst dan weer gelijk de kwaliteit van Indridason, want hoewel het verhaal op dit punt niet overtuigde was het onverminderd spannend en las ik het met veel plezier uit. Aardig aan dit verhaal vond ik ook dat de zwaarmoedige Erlendur er niet aan te pas komt: die is met vakantie, dus zijn vrouwelijke collega Elinborg moet de zaak oplossen. En dat doet ze prima, vooral met behulp van haar goede neus. Leuk, prima speurwerk, dus van mij mag Erlendur best nog even wegblijven ;-)