Het vervolg van dit weblog vind je op http://monalisaleest.blogspot.com/

Op dit weblog vind je mijn indrukken van boeken die ik heb gelezen, soms kort, soms wat langer. Na de uiterst problematische overstap van weblog naar WordPress heb ik het blog niet echt goed meer aan de praat gekregen. Daarom ben ik overgestapt naar blogspot. Op bovenstaand adres vind je m’n nieuwere boekverslagen. Op dit blog staan echter de verslagen die ik heb gemaakt van januari 2004 tot augustus 2011. Gelukkig heb ik de zoekbox weer aan de praat gekregen, dus je kunt de verslagen vinden door de naam van de auteur of een woord uit de titel van het boek in te typen.
Als je geïnteresseerd bent geraakt in een boek dat ik heb besproken: er is een kans(je) dat je het boek van me kunt krijgen. Kijk daarvoor op mijn virtuele boekenplankje van bookcrossing: http://www.bookcrossing.com/mybookshelf/monalisaa

Op dit weblog staan blog(je)s over boeken van, op alfabet, op achternaam (en met excuses voor de vreemde tekens in de tekst, die probeer ik er nog uit te krijgen):

A: Kader Abdolah, Kenneth Addison, Aravind Adiga, Mitch Albom, Dante Alighieri, Clare Allen, Niccolò Ammaniti, René Appel, Karen Armstrong, Margaret Atwood, Paul Auster;
B: Blue Balliet, Gerbrand Bakker, Iain Banks, Nick Bantock, Sebastian Barry, Belinda Bauer, Matt Beaumont, Belcampo, Alan Bennett, Natasja van den Berg en Sophie Koers, Maurits Berger, Louis de Bernières, J. Bernlef, Duke Blaauwendraad-Noorduijn, Catherine Blackledge, Amy Bloom, Britta Böhler, Godfried Bomans, Louis Paul Boon, Ben Borgart, Hafid Bouazza, John Boyne, Conny Braam, Stefan Brijs, Constance Briscoe, Charlotte Brontë, Anita Brookner, Geraldine Brooks, Dan Brown, Herman Brusselmans, Boudewijn Büch, Pearl S. Buck;
C: Ian Caldwel en DustinThomason, Truman Capote, Joris van Casteren, Miguel de Cervantes, Tracy Chevallier, Amy Chua, Susanna Clarke, Philippe Claudel, Hugo Claus, Harlan Coben, Jonathan Coe, Paulo Coelho, J.M. Coetzee, Joan Collins, Joseph Conrad, Patricia Cornwell, Louis Couperus, Sharon Creech, Charles Crombach, Claude Cueni;
D: Roald Dahl, Johan Daisne, Bernadette van Dam, Mark Z. Danielewski, Denise Danks, Sabine Dardenne, Leif Davidsen, Midas Dekkers, Grazia Deledda, Max Dendermonde, Anita Desai, Anita Diamant, Michael Dibdin, Charles Dickens, Adriaan van Dis, Stephen Dobyns, Carlos María Domínguez, Gerard Donovan, Renate Dorrestein, Fjodor Dostojewski, Lloyd C. Douglas, Douwe Draaisma, Peter Drehmanns, Inez van Dullemen, Alexandre Dumas, Patricia Duncker;
E: Bret Easton Ellis, David Ebershoff, F.R. Eckmar, Umberto Eco, W.H. van Eemlandt, David Eggers, Albert Einstein en Sigmund Freud, Nathan Englander, Anna Enquist, Per Olov Enquist, Jeffrey Eugenides;
F: Wolfram Fleischhauer, Marina Fiorato, Karin Fossum, Jan Franken, Jonathan Franzen, Marianne Fredriksson, Alexandra Fuller;
G: Jostein Gaarder, Neil Gaiman, Paul Gallico, John Galsworthy, E.S. Gardner, Elizabeth Gaskell, Jef Geeraerts, Yoyo van Gemerde, Elisabeth George, Tess Gerritsen, André Gide, Paolo Giordano, Karel Glastra van Loon, Arthur Golden, Barbara Gowdy, Sue Grafton, Daniel Gray, Graham Greene, John Grisham, Marieke Groen, Arnon Grunberg, J.P. Guépin, Robert van Gulik, Herman van Gunsteren, David Guterson;
H: Hella Haasse, Mark Haddon, Mohsin Hamid, Petra Hammesfahr, Knut Hamsun, Peter Handke, Mohammed Hanif, Bas Haring, Robert Harris, Maarten ‘t Hart, Mo Hayder, Nathaniel Hawthorne, Joseph Heller, Ernest Hemingway, Kristien Hemmerechts, Klaas Hendrikse, Kathy Hepinstall, W.F. Hermans, Heuvel en De Waal, David Hewson, Patricia Highsmith, Tami Hoag, Peter Hoeg, Olle Högstrand, Tom Holland, Peter Hoogenboom, D. Hooijer, Nick Hornby, Khaled Hosseini, Bohumil Hrabal, Maarten Huygen;
I: Arnaldur Indridason, Kajsa Ingemarsson, Jay Ingram, John Irving, Kazuo Isheguro, Mineko Iwasaki;
J: Peter James, Linda Jansma, Arthur Japin, Jevgeni Jevtoesjenko, Lloyd Jones, Trude de Jong, Bodil Jönsson;
K: Ismail Kadare, Jörg Kastner, Daniel Kehlman, Jonathan Kellerman, Marian Keyes, Barbara Kingsolver, Natsuo Kirino, Kluun, Henri Knap, Liesbeth Koenen, Arthur Koestler, Kees van Kooten, Tim Krabbé, Nicole Kraus, Gerrit Krol, Dirkje Kuik, Ernest van der Kwast;
L: Camilla Läckberg, Pär Lagerkvist, Stieg Larsson, Rik Launspach, David Leavitt, C.J. van Ledden Hulsebosch, Harper Lee, Donna Leon, Giulio Leoni, Doris Lessing, Andrea Levy, Lisette Lewin, Marina Lewycka, Tomas Lieske, Joris Luyendijk;
M: Edgar Maass, Ann-Marie MacDonalds, Karen Maitland, Geert Mak, Henning Mankell, Sayed Mansour, Hilary Mantel, Sándor Márai, Yann Martel, Ngaio Marsh, Hisham Matar, Nicolaas Matsier, André Maurois, Alexander McCall Smith, Mary McCarthy, Frank McCourt, Colleen McCullough, Val McDermid, Ian McEwan, Anna McGrail, Vonne van der Meer, Heleen Mees, Doeschka Meijsing, Pascal Mercier, Stephenie Meyer, Peter Middendorp, David Mitchell, Margriet de Moor, Michael Moore, Michael Morpurgo, Toni Morrison, Erwin Mortier, Steve Mosby, Walter Mosley, Mirjam Mous, Harry Mulisch, Haruki Murakami, Iris Murdoch, Charlotte Mutsaers;
N: Soumaya Naamane-Guessous, Vladimir Nabokov, V.S. Naipaul, Friedrich Nietsche en Malwida von Meysenburg, Audrey Niffenegger, Elizabeth Noble, Nelleke Noordervliet, Saskia Noort, Amélie Nothomb, P. Nowee;
O: Carol O’Connell, Jennifer O’Connell, Michael Ondaatje, Amos Oz;
P: Connie Palmen, Sarah Paretsky, Boris Pasternak, Matthew Pearl, Rascha Peper, Arturo Pérez-Reverte, Jodi Picoult, DBC Pierre, R.Pilchowski, Eefje Pleij, Terry Pratchett, Otfried Preussler, J.B. Priestley, Annie Proulx, Philip Pullman;
R: Ayn Rand, Ian Rankin, Erich Maria Remarque, Ruth Rendell, Helena Rentmeester, Gerard Reve, Edgar Rice Burroughs, Geoffrey Robertson, Andrea di Robilant, Michael Robotham, Thomas Rosenboom, Tatiana de Rosnay, Thomas Ross, Philip Roth, J.K. Rowling, Arundhati Roy, Heleen van Royen, Anthony Rudel, Carlos Ruiz Zafón, Salman Rushdie, Alfred Russel Wallace, Ward Ruyslinck;
S: David Saffier, Jonathan Safran Foer, C.J. Sansom, Marjane Satrapi, Bernard Schlink, Martin Schouten, W.G. Sebald, Jan Siebelink, Georges Simenon, Karin Slaughter, Wilbur Smith, Roel Smits, Alexander Solzjenitsyn, Donald Spoto, F. Springer, Stendhal, Kathryn Stockett, Kate Summerscale;
T: Naema Tahir, Junichiro Tanizaki, Donna Tartt, Toon Tellegen, Jan Terlouw, Charles den Tex, W.M. Thackeray, Ton Theunis, Theo Thijssen, P.F. Thomése, Duong Thu Huong, Uwe Timm, Ernst Timmer, P.L. Travers, Franca Treur, William Trevor, Ilija Trojanow, Gail Tsukiyama, Mark Twain, Anne Tyler;
U: Betsy Udink, Sigrid Undset, Leon Uris, Bob den Uyl;
V: Jacoba van Velde, Frans-Willem Verbaas, Nico Verbeek, Peter Verhelst, Esther Verhoef, Dirk Verhofstadt, Dimitri Verhulst, Simon Vestdijk, Barbara Vine, Simone van der Vlugt, Suzanne Vreeland, Dolf de Vries, Bettine Vriesekoop;
W: Gebr. Wagenaar, Per Wahlöö, Christiaan Weijts,Fay Weldon, M. Wessels, Gerard van Westerloo, Jet Wester, Robert Whitaker, Tommy Wieringa, Carl-Henning Wijkmark, Thornton Wilder, Harry de Winter, Leon de Winter, Paul Witteman;
X: Qiu Xiaolong;
Y: Mo Yan, Irvin D. Yalom, Adeline Yen Mah;
Z: Juli Zeh, Sophie Zijlstra, Zoran Zivkovic, Koos van Zomeren, Markus Zusak en Joost Zwagerman.

Verder staat er een enkele blog op over een concert dat ik heb bezocht en zijn er blogs over films die ik heb gezien op het IFFR.

De telescoop van Schopenhauer – Gerard Donovan

Ik heb toch eerst dat andere boek (Via Capello) uitgelezen, wat zonde was van m’n tijd: plat, nikserig, slordig. Dus wat een overstap naar dit bijzondere en bijzonder indrukwekkende boek! Ik heb het net uit, en moet inderdaad even op adem komen… Het is eigenlijk een boek (309 p.; vertaling Marion op den Camp) dat niet goed te beschrijven valt. Ja, een oorlog(je), een bakker, een leraar, een gat dat gegraven moet worden en mensen die worden aangevoerd. En sneeuw, wind en kou. En dan de vraag wie goed is, en wie fout. En breder nog: wie goed is, en wie slecht. De leraar en de bakker verschillen daarover fundamenteel van mening. En zoeken naar antwoorden op hun vragen met behulp van de ideeën van grote filosofen. Dat klinkt allemaal ernstig, zwaar en moeilijk, en dat is nu precies het mooie van dit boek: dat is het niet. Ja, het wordt allemaal wel zwaarder en ernstiger naarmate het verhaal vordert, maar er is ook veel lichtvoetigheid en veel humor. Zo bijvoorbeeld het geweldige hoofdstuk “Een schermutseling in de bakkerij: de kunst van het oorlogvoeren”, waarin de bakker beschrijft hoe hij zijn strijd met de vrouw van de politieagent – die al z’n dure broden en taarten betast en altijd alleen maar het goedkoopste koopt – met behulp van die klassieker van Sun Tzu probeert uit te vechten. Hilarisch, en serieus tegelijk. Zo ook in de rechtszaak tegen de bakker die de leraar en de bakker samen in scène zetten, waar in het kader van de filosofische ondervraging onder andere de kat als getuige wordt opgeroepen:

“DE KAT: Hij was een oven aan het bouwen.
‘Hoe groot was de oven?’
DE KAT: Ik had geen lineaal bij me.
‘Groter dan een normale oven?’
DE KAT: Hoe groot is dat?
‘Groter dan een normale oven.’
DE KAT: Hoe groot is normaal?
‘Een buitenoven. Iets in die trant.’
DE KAT: Hoe ver kan een hond een bos in rennen?
De rechter kwam tussenbeide. ‘Dat is een onzinnige vraag en volstrekt irrelevant en u mag trouwens geen vragen stellen.’
DE KAT: Hoe ver?
‘Ik zou het niet weten,’ zei de aanklager.
DE KAT: Tot de helft, dan rent hij het bos weer uit. En daarvoor hoef je niks te meten. Dat is gewoon zo.”

Duidelijk een boek dat niet te beschrijven valt, dus, want hoe valt dit nu te rijmen met de ernst en de zwaarte van zaken als goed en slecht en de schuldvraag? Het boek deed me daardoor een beetje denken aan Walter en Gromit en meer nog aan de film Surviving Life van Jan Svankmajer die ik begin dit jaar zag op het IFFR. Niet dat iedereen die gelijkenis zal zien, want er zijn natuurlijk ook duizend verschillen tussen dit boek en die film, maar beide zijn kunstwerken in hun soort vanwege hun originaliteit en de manier waarop ze loskomen van de conventies van die soort.
Enorm bedankt voor het ringen van dit boek, Joanazinha, ik voel me er enorm door verrijkt en zonder jou was het vast nooit op m’n pad gekomen…

Caleidoscoop – Linda Jansma

Dit boek (343 p.) las ik via bookcrossing omdat het daar werd aangeprezen als zeer spannend, maar tjonge, tjonge, wat viel dat tegen. Jansma is waarschijnlijk een nieuwe ster aan het firmament waar Saskia Noort en consorten schitteren, en als ik dat tevoren had geweten was ik waarschijnlijk niet aan het boek begonnen want dat firmament is aan mij niet besteed: het is me te oppervlakkig, te niemendallerig, te chicklitachtig. Daar komt in het geval van Jansma nog bij (maar misschien geldt dat voor de andere dames ook, ik herinner me niet veel van hun boeken) dat het boek niet mooi, en soms zelfs lelijk, geschreven is en vol zit met kromme zinnen en taalfouten.  Had de redacteur nu zelfs een zinnetje als “In zijn driedelig pak lijkt hij net zo breed als dat hij hoog is” niet kunnen verbeteren? En wat moet je als lezer met de mededeling dat de motregen ‘nog steeds persisterend’ naar beneden komt? Kennelijk wil Jansma graag overbrengen dat ze ook moeilijke woorden kent, want tot (minstens) tweemaal toe wordt een ‘initiële vraag’ niet beantwoord. Dat kan best, natuurlijk, maar dat is toch geen taal voor in een zogenaamd spannend boek dat zich echt niet afspeelt in kringen waarin dat soort woorden tot het dagelijks taalgebruik behoren?
Verder is het boek nogal langdradig en zag ik de plot al van mijlenver (d.w.z. vanaf p. 49) aankomen.  Nu heb ik in m’n leven veel detective/thrillers gelezen en bijna altijd zonder succes geprobeerd te voorzien ‘wie het gedaan had’ (ik herinner me boekjes van Ellery Queen waarin hij schreef dat de lezer nu alle nodige aanwijzingen had om het raadsel zelf uit te puzzelen – het lukte me nooit), maar dat het bepaald niet bevredigend was dat het dit keer wel lukte. Het leidde er alleen maar toe dat ik het boek totaal niet spannend vond, omdat ik voorzag voor wie en voor wat er gevreesd moest worden, en voor wie en voor wat niet. Dat kwam vooral doordat het valse spoor – bijna onmisbaar in een goede detective – bijzonder onovertuigend was. De bedoeling van een vals spoor is natuurlijk dat de lezer er mét de speurder of (tegenwoordig meestal) het potentiële slachtoffer van overtuigd raakt dat X de dader is omdat alles in zijn/haar richting wijst, terwijl Y daardoor (bijna) buiten beeld blijft en door kan gaan met het spelen van zijn/haar gevaarlijke spel. Maar Jansma heeft mij op dit punt werkelijk geen seconde overtuigd. Tel daarbij op dat je weliswaar aan het begin van het boek al kunt zien aankomen wie Y zal zijn, maar dat dat psychologisch verder uitermate zwak wordt uitgewerkt, en je hebt een slecht geschreven boek met een zwakke plot waaraan je je leestijd volgens mij beter niet kunt besteden.

Versplinterd – Karin Slaughter

Dit boek (430 p.; vertaling Ineke Lenting) kreeg ik enige tijd geleden van een collega en ik zag er eigenlijk een beetje tegen op om eraan te beginnen omdat ik bang was dat het het zoveelste boek met veel bloederige agressie en een gestoorde moordenaar zou zijn. Maar dat viel erg mee. Dat wil zeggen:  er vloeit wel bloed en de dader is wel degelijk gestoord, maar dat overvleugelt niet dat dit een goede, lekkere speurdersroman is.  Will Trent en zijn partner-tegen-wil-en-dank Faith zijn een aansprekend stel dat elkaar goed aanvult, al zien ze dat zelf vaak anders.  Slaugther houdt de beschrijving van hun privéperikelen beperkt en daardoor verstoren ze de loop van het verhaal niet, maar maken de speurders wel ‘net mensen’. Het lijkt me kortom leuk om nog een volgende speurtocht van dit duo te volgen. Hopelijk heeft Slaugther er een beschreven…

Lotte Lenya, een leven – Donald Spoto

In dit boek (vertaling L.C. van der Sluijs) ben ik een tijd geleden begonnen. Het las best aardig weg, totdat ik me afvroeg waarom ik het eigenlijk las. Ben ik wel geïnteresseerd in het leven van Lotte Lenya, ex van Kurt Weil en vertolkster van de liederen van Brecht en Weil? Nee, dus. Ik heb het boek (na 130 bladzijden) een tijdje weggelegd en geen enkele neiging gehad het weer op te pakken. Tijd, dus, om het beschikbaar te stellen voor bookcrossing ;-)

Godverdomse dagen op een godverdomse bol – Dimitri Verhulst

En wat een verademing is het dan om na de slordige, oppervlakkige, platte Weijts het proza van Verhulst te lezen. Een taalvirtuoos die je laat genieten van bijna elke zin die hij opschrijft, zelfs als het verhaal – zoals in dit boek (179 p.) je niet voortdurend bij je lurven pakt. In dat opzicht is dit boek heel anders dan de twee die ik tot nu toe de beste vind van Verhulst: De helaasheid der dingen en De laatste liefde van mijn moeder. In die boeken – die waarschijnlijk heel dicht bij Verhulst' eigen ervaringen staan – weet de schrijver heel levensechte personen op te voeren, met levensechte pijn die draaglijk is door de humor die bij Verhulst nooit ver weg is. De humor ontbreekt ook niet in de godverdomse dagen, maar wel mist dit boek een aansprekend personage. Want dit boek

Lees verder

Via Cappello 23 – Christiaan Weijts

Aan dit boek (315 p.) begon ik nogal tegen heug en meug: het debuut van Weijts heb ik vrij snel weggelegd, dus ik was aan deze tweede roman nooit begonnen als hij niet was gekozen als het eerstvolgende te bespreken boek van mijn leesclub. Nou, die kunnen kiezen wat ze willen, maar aan de volgende Weijts ga ik toch echt niet lezen.
Dit boek begon, net als het debuut van Weijts, met plattigheid en stereotypen (oude mensen zijn saai, vrouwen alleen gaan met een dildo op reis, de hoofdpersoon is geen toerist maar een reiziger, enz.). Als de plattigheid net zo erg was geweest als in Weijts' debuut had ik het boek weggelegd, maar toen ik wat verder

Lees verder

Onderstroom – Arnaldur Indridason

Wat een heerlijke schrijver is Indridason toch. Ook dit boek (248 p.; vertaling Adriaan Faber) is goed geschreven en las weer als een trein, dus ik genoot ervan, zelfs ondanks dat ik de plot niet erg sterk vond: mijn kennis over deze materie is gelukkig alleen maar gebaseerd op boeken, dus misschien klopt er niets van, maar ik heb er nog nooit van gehoord dat iemand een ander de hals door kan snijden en dan kan verdwijnen zonder enige (voet)sporen achter te laten. En dat bewijst dan weer gelijk de kwaliteit van Indridason, want hoewel het verhaal op dit punt niet overtuigde was het onverminderd spannend en las ik het met veel plezier uit. Aardig aan dit verhaal vond ik ook dat de zwaarmoedige Erlendur er niet aan te pas komt: die is met vakantie, dus zijn vrouwelijke collega Elinborg moet de zaak oplossen. En dat doet ze prima, vooral met behulp van haar goede neus. Leuk, prima speurwerk, dus van mij mag Erlendur best nog even wegblijven ;-)

Het theater de brief en de waarheid – Harry Mulisch

Dit boekenweekgeschenk uit het jaar 2000 (78 p.) las ik indertijd, als ik me goed herinner, met enige irritatie. Ik vond het in ieder geval geen goed boek. Omdat ik sindsdien meer van Mulisch ben gaan lezen en hem zeer ben gaan waarderen, heb ik dit boekje een tweede kans gegeven.
Deze keer vond ik het een herkenbaar en best lezenswaardig Mulischverhaal. Mulisch gebruikt het waar gebeurde feit van de Joodse acteur die zo kwaad is over de (dreigende) opvoering van Fassbinders – (beweerdelijk?) antisemitische – toneelstuk Het vuil, de stad en de dood dat hij zijn eigen bedreiging en ontvoering in scène zet. Een indertijd zeer genant gebeuren waardoor een tot dan toe geachte acteur aan de zijlijn kwam te staan. Mulisch schrijft hierover een verhaal waarin hij als het ware onderzoekt hoe het (ook) had kunnen zijn, welke drijfveren er geweest kunnen zijn. En zijn verhaal kent twee invalshoeken: dat van de acteur, en dat van zijn vrouw. Die niet beide waar kúnnen zijn, ze sluiten elkaar uit, maar toch: elk van beide had de waarheid kunnen zijn. Door dit exploreren van mogelijke verklaringen vond ik het uiteindelijk een liefdevol verhaal voor de acteur op wiens acties het verhaal is gebaseerd. Of het zo bedoeld is, weet ik niet, en veel doet het er niet meer toe want de hele geschiedenis is inmiddels (vergeven en?) vergeten, lijkt me. Maar het is een mooie verdieping van een verhaal dat indertijd, voor zover ik mij herinner, alleen maar eendimensionaal – schandesprekend – werd ontvangen. En voor nu en de toekomst is het een zeer leesbaar verhaal dat je als lezer aan het denken zet over motieven en gebeurtenissen waarover je ‘de waarheid’ niet kent.

Het rood en het zwart – Stendhal

Eindelijk, eindelijk, heb ik deze Franse klassieker (585 p.) gelezen. Ik begon met het lezen van het nawoord van vertaler Hans van Pinxteren, wat er beslist toe heeft bijgedragen dat ik het boek beter kon begrijpen en waarderen (zo had ik hierdoor meer begrip voor, dan ergernis over, de losse stijl van het boek, die soms leidt tot enigsins hap snap vertellen en zinnen die geen vervolg krijgen; volgens van Pinxteren heeft Stendhal zo een informele, bijna spreekstijl willen hanteren). Ook de voetnoten waren erg zinvol, want van de tijd waarin het verhaal zich afspeelt (tijdens de Restauratie na de Napoleontische tijd, en aan de vooravond van de revolutie van 1830) heb ik niet heel veel kennis. Maar door de voetnoten wat het verhaal toch heel goed te plaatsen en te begrijpen.
Dan het boek zelf. Een interessant verhaal over de uit de lagere burgerij afkomstige Julien die probeert carrière te maken in de maatschappij die in deze periode zeer sterk in klassen is verdeeld. En waarin hij dus eigenlijk geen kans

 

Lees verder